Verslag lezing 21 april 2012

Piet Mondriaan, een zoektocht naar de essentie
Gemeentemuseum Den Haag

Die dag waren de vrienden van Christine uitgenodigd in het Gemeentemuseum van Den Haag. Het indrukwekkende gebouw met zijn sobere lijnen en heldere lichtpartijen in een toch zeer complexe compositie, was zeer zeker een passende omgeving voor het thema dat ons bijeen gebracht had: proberen door een aandachtige beschouwing van het werk van Mondriaan en zijn tijdgenoten in De Stijl te bespeuren welke zoektocht deze kunstenaar gegaan is.
Ignaz Anderson opende de namiddag, en Christine Gruwez ging met ons op weg – eerst in de ideeënwereld van deze beweging en kunstenaar, daarna doorheen de zalen van het museum voor een nadere beschouwing van enkele werken van Mondriaan.

In zijn inleiding schetst Ignaz het tijdsbeeld en de motieven van De Stijl. In een samenleving in verwarring en spanning tijdens en na de wereldoorlog, zoeken deze kunstenaars naar nieuwe ideeën en vormen. Ter illustratie uit het manifest van De Stijl in 1918:

1. Er is een oud en een nieuw tijdsbewustzijn.
Het oude richt zich op het individueele.
Het nieuwe richt zich op het universeele.
De strijd van het individueele tegen het universeele openbaart zich, zoowel in den wereldkamp als in de kunst van onzen tijd.

3. De nieuwe kunst heeft naar voren gebracht hetgeen het nieuwe tijdsbewustzijn inhoudt: evenwichtige verhouding van het universeele en het individueele.
4. Het nieuwe tijdsbewustzijn staat gereed zich in alles, ook in het uiterlijke leven te realiseeren.
…..
6. Daarom roepen de grondleggers der nieuwe beelding allen, die in de hervorming der kunst en kultuur gelooven op, deze hinderpalen der ontwikkeling teniet te doen, zóó als zij in de nieuwe beeldende kunst — door natuurlijken vorm op te heffen — hebben te niet gedaan, hetgeen de zuivere uitdrukking der kunst, de uiterste consequentie van alle kunstbegrip belemmert.

Met elkaar in debat, discussie en scherpe meningsverschillen, gaan deze kunstenaars op de meest verschillende terreinen op zoek naar wat ze noemen de bouwstenen en principes van de nieuwe beelding.

De lezing van Christine voert ons verder in deze ideeënwereld binnen vanuit de vraag die waarschijnlijk iedereen zich stelt bij het zien van de uiterst doorgedreven abstractie van zijn werk: wat is het motief of de drijfveer voor deze zoektocht? Hoe kom je bij dergelijke abstractie terecht?

Voor het begrijpen van Mondriaan en zijn werk is een onderzoek van zijn biografie niet echt toereikend. Het autobiografische materiaal is ook bijzonder schaars. Gelukkig heeft Mondriaan in zeer vele notities, artikelen voor het tijdschrift De Stijl, en in traktaten, sporen getrokken waarlangs we zijn onderzoeksmotief nader kunnen komen. Voorlopig is deze vraag wellicht te omschrijven als een zoektocht naar het nieuwe beelden, de nieuwe beelding.

Deze zoektocht is niet louter een pictoriale zoektocht. Het is een spirituele zoektocht, een zoektocht naar wezen, waarheid, essentie, waarbij het artistieke werk uitdrukking gaf aan deze zoektocht. Hier kunnen we terecht van ‘een brandende vraag’ spreken. Zijn eerste onderzoeken bestaan erin de voor de schilderkunst elementaire beeldmiddelen te onderscheiden: kleur, lijn en vlak. In samenhang daarmee onderzoekt hij ook de spanning tussen de geest, of het wezen en de verschijning ervan in het stoffelijke: hoeveel vorm is er nodig opdat de verschijning in het stoffelijke mogelijk zou zijn? Of hoe weinig vorm is er strikt nodig om dit verschijnen toe te laten?

Het terughouden van de vorm
Ter verkenning van Mondriaans onderzoek toont Christine een reeks werken waarin het afbeeldende, het figuratieve zich stelselmatig terugtrekt: Molen (1911), Zeeuwse kerktoren (1911), Kerk te Domburg (1914), Compositie IV en Compositie 6 (1914).

Waar bij de twee eerste werken nog duidelijk een voorstelling zichtbaar is – hoewel zeer elementair van kleur en lijn, verschijnt in het derde werk in een compositie van lijnen die elkaar kruisen of (net niet) raken nog nauwelijks een figuratief element dat naar de kerk uit de titel verwijst.

In Compositie IV zijn de herkenbare picturale elementen volledig verdwenen. Wat blijft is een soort doorgevoerde terughouding van het picturale, waarin verticale en horizontale lijnen vlakken vormen. Over deze terughouding schrijft Mondriaan: “hoe meer het natuurlijke geabstraheerd wordt, hoe meer de kosmische verhouding uitkomt.” In deze zin is kunst een spirituele oefening, en niet alleen een zaak van technisch kunnen. Als je het ware wil verbeelden, dan vraagt dat een spirituele oefening.

Kleur en vlak
In een volgende fase onderzoekt Mondriaan de meest vereenvoudigde elementen van de schilderkunst: lijn, kleur en vlak als mogelijkheden om het wezenlijke in verschijning te brengen.

Wat kleur betreft zien we het werk Compositie nr. 3 met kleurvlakjes uit 1917.

Compositie met lijnen 3 / Losangique compositie

Compositie nr. 3 met kleurvakjes

Kleur is eveneens een beeldmiddel, net zoals een lijn of een vlak. Het eigene van kleur is echter volgens Mondriaan dat kleur zowel kan begrenzen als doen uitdijen. Kleur geeft uitbreiding en begrenzing.

De kleurvlakjes lijken hier vrij zwevend en los te komen van de ondergrond. Het geheel lijkt te ‘ademen’. Voor het eerst ontstaat er een soort ‘tussenruimte’.

Compositie met lijnen 3

Compositie met lijnen 3

In het werk Compositie met lijnen 3 / Losangique compositie (1918) waarin een vierkant op zijn punt staat en doorkruist wordt door verticale, horizontale en diagonale lijnen onderzoekt hij het beeldelement lijn. Over lijnen zegt Mondriaan dat ze een “energetisch web van scheppingskrachten zijn, die elkaar in evenwicht houden“. Hoe te begrijpen dat lijnen te maken hebben met scheppingskrachten?
Vanuit zijn onderzoek van theosofische inhouden beschouwde Mondriaan de verticale lijn als de verbeelding van het mannelijke scheppingsprincipe, en de horizontale lijn als de verbeelding van het vrouwelijke ontvangende principe. Van daaruit verder denkend, beschouwde hij de rechte hoek als meest extreme voorstelling/beelding van de tegenstelling stof/geest.
 

 

De verhouding
Uiteindelijk gaat het om ‘verhouding’. Mondriaan schrijft:

‘Hoe meer het natuurlijke geabstraheerd wordt, hoe meer de kosmische verhouding uitkomt. De Nieuwe Schilderkunst deed dit zien en kwam ten slotte tot de beelding van enkel verhouding.’

In Compositie 1 en Tableau 1 uit 1921 verschijnen als een volgende stap een strenge compositie van zeer uitgesproken zwarte verticale en horizontale lijnen, die hier en daar een afgesloten vlak vormen. Enkele daarvan zijn gekleurd in een van de primaire kleuren. Alle beeldelementen, (lijn, vlak en kleur) zijn vertegenwoordigd – elke verwijzing naar het figuratieve is volledig verdwenen.

‘Beeldende kunst geeft uitdrukking aan de ruimte en hoe oprechter ze dit doet, des te groter zal de kunst zijn. Ruimte is onveranderlijk. De meest onveranderlijke beeldelementen zijn: vlak, kleur en lijn’.

 

 

 

 

 

 

 

Hierboven zien we twee voorbeelden waar kleur, lijn en vlak die de elementaire beeldmiddelen vertegenwoordigen. Opnieuw staat het element van de ‘verhouding’ cruciaal: ‘Wij beelden door de tegenstelling van kleur en lijn en deze tegenstelling is verhouding.

Toon en Klank
Klank ontstaat in en door het interval, in de spanningsverhouding tussen twee tonen.

Mondriaan maakt een onderscheid tussen tonen die uit de natuur zijn afgeleid en die door instrumenten kunnen worden voortgebracht en verklankt. Ook de menselijke stem ziet hij als een natuurlijk instrument. Natuurlijke instrumenten streven naar een harmonische samenklank. Het onderzoek van Mondriaan gaat echter in de richting van het voort-brengen van een nieuwe toon. Om deze te kunnen scheppen, dient datgene wat de melodie is, doorbroken te worden.

Zerstörunng der Melodiee, was der Zerstörung der natürliche Erscheinung gleichkommt’.

De ruitvormige composities Losange of Losangique van Mondriaan bekleden een aparte plaats in zijn oeuvre. In het Engels heten ze Diamond Paintings. Het lijkt of Mondriaan hier de grootste puurheid in verhouding tussen lijn, vlak en kleur heeft tot stand kunnen brengen en dat deze verhouding niet alleen visueel ervaarbaar is, maar mogelijkerwijze ook auditief. De bovenstaande ruitvormige compositie met de vier gele lijnen dient zich aan als een klank, de nieuwe klank, waarnaar Mondriaan op zoek was, en waarvoor hij zich in het uiterste spanningsveld tussen wezen en verschijning heeft begeven.

Onderstaande link geeft een overzicht van de voornaamste ruitvormige composities uit zijn onderzoek als kunstenaar.
http://www.snap-dragon.com/PMLozenge.html

New York City 3

New York City 3 (onvoltooid)

Het verticale en het horizontale is dynamisch georganiseerd, er ontstaat ritme, dat aan het ritme van jazz (waarvan Mondriaan reeds in zijn Parijse tijd een fan was) en aan de be-bop doet denken. Voor Mondriaan was jazz een muzikale vorm, die bij machte was de melodie te doorbreken. Hij noemt het een ‘dynamische rhytmus’ en schrijft: ‘Bij Jazz leeft de mens niet meer in zijn eigen wereld (eine Welt für sich) maar wordt deel van de wereld.’

Onderstaand schilderij Victory Boogie-Woogie 1942-44 stond onafgewerkt in zijn atelier op het ogenblik van zijn dood.

Victory Boogie Woogie

Victory Boogie Woogie

Ooit had Mondriaan als een van de centrale figuren in De Stijl geschreven dat het als een tragisch iets moest beschouwd worden dat de geestelijke werkelijkheid uiteindelijk vorm nodig heeft om in verschijning te kunnen treden. De geest kan niet anders dan vorm aan te nemen, wil hij zich in het stoffelijke manifesteren. De kunst beeldt deze tragiek uit. En tezelfdertijd doet ze een oproep om de weg, in de omgekeerde richting nu, van vorm naar wezen terug af te leggen. Daarbij onderscheidt Mondriaan twee wegen:

‘De directe leering, directe oefening, zoals de meditatie en de langzame, zekere weg der evolutie, zoals die zich in de kunst openbaart’.

Het kan betekenisvol zijn dat het laatste schilderij waaraan hij twee jaren heeft gewerkt en waarbij hij de spanning niet uit de weg is gegaan, (en wellicht ook heeft gemediteerd) onvoltooid is gebleven. Ook eerdere werken bleven onvoltooid. Maar het onderzoek gaat verder. De weg blijft open als een uitnodiging aan eenieder om verder te gaan.

Samenvatting: Christine Gruwez en An Notebaert