Oss : Pizzeria Vasari. Uitstap met de vriendenkring

Uitstap van de vriendenkring naar Oss, ontmoeting en gesprek met Gijs Frieling en Christine Gruwez

Zondag 10 april 2011

Museum Jan Cunen – Oss

Een frisse en zonnige aprildag, de stad Oss nog helemaal in ochtendlijke zondagsrust. Het Museum Jan Cunen massief en statig in het park  – de afspraakplek voor de Vriendenkring, die 10e april. In het museum loopt op dat moment (en nog tot eind 2011) de tentoonstelling Pizzeria Vasari, muurschilderingen in de voormalige trouwzaal door Gijs Frieling. In de vorige vriendenbrief waren al enkele afbeeldingen opgenomen, wie nog wat meer wil zien, kan een kijkje nemen op de website van het museum, of uiteraard zich Oss-waarts begeven.

Want het is een merkwaardig schouwspel, en het vraagt zeker enige tijd om het goed in je op te nemen. Als dan de kunstenaar zelf aanwezig is, en in gesprek gaat met een aandachtige kunstbeschouwer als Christine, en bij uitbreiding de aanwezige vrienden, kan het werk in zijn breedte en diepte waargenomen worden.

Christine opent de ontmoeting met de vaststelling dat ze zich ín een beeldenwereld bevindt. We worden rondom omringd door een panorama aan beelden. Als we vóór een beeld staan, zijn er ook beelden links en rechts en achter ons. Als we omhoog kijken, zijn er nog weer nieuwe beelden. We zijn erin, niet frontaal ertegenover. Door deze rondom-opstelling spreken de beelden ook met elkaar, er ontstaan als het ware verhalen, en het vraagt tijd en inkeer om te luisteren en deze beelden zich in onszelf te laten uitspreken.

Aanknopend bij enkele uitspraken van G. Frieling en met het oog op het gesprek brengt Christine dan een drietal elementen aan die in vele kunstbeschouwingen aan de orde zijn. Ze noemt de begrippen kunst, verlangen en werkelijkheid. Deze drie zijn uiteraard niet eenduidig te omschrijven, het zijn gelaagde begrippen, en ze staan in een complexe verhouding tot elkaar. Wat het begrip verlangen betreft, wil zij proberen om een bepaalde betekenislaag als het ware in ere te herstellen.. Als je heel zorgvuldig naar dit begrip kijkt, bespeur je er een bepaalde spanning in, iets als van een gespannen boog – daar is spanning én richting. Een verlangen is ergens op gericht, maar is het de bedoeling dat de spanning opgeheven wordt? Of is het juist de bedoeling om de spanning uit te houden? Welk verlangen is het dat als het ware zichzelf steeds vernieuwt? Heel waarschijnlijk is het een verlangen naar de werkelijkheid. Maar ook dit is een complex en meerlagig begrip. Verlangen we naar de naakte, rauwe werkelijkheid? Of proberen we om dit soort werkelijkheid “aan te kleden”, ontwikkelen we strategieën om de werkelijkheid te verdoezelen?. Het zou te simpel zijn om dan kunst te zien als een manier om de werkelijkheid “aan te kleden”. Veeleer speurt een kunstenaar naar een werkelijkheidsaspect dat niet zomaar zichtbaar is, hoewel hij bijvoorbeeld als beeldend kunstenaar wel iets laat zien! Als kunstenaar zoekt de mens naar iets heel diep binnenin, iets waar “zijn verlangen naar uitgaat”. Kunst in al haar vormen speelt zich af in het grensgebied tussen verlangen en werkelijkheid.

Op zijn beurt opent Gijs Frieling met de gedachte dat het hem vanuit de vaststelling van het steeds groter wordende isolement van de hedendaagse kunst – als karakteristieken noemt hij o.m. het “opgesloten zijn in een intellectueel discours”, waar “iedereen steeds bezig is met eigen standpuntbepaling” – een steeds groter wordende behoefte (verlangen) werd werk te maken dat verbindingen legt met de wereld buiten de kunst. Een kunstenaar is iemand die om zich heen kijkt, en wil weten wat de dingen zijn – schilderend komt hij erachter wat of hoe iets is. Kunst is een manier om de werkelijkheid vast te stellen, maar het is een heel wonderlijk soort “vast”stellen, omdat je blikrichting steeds kan wisselen.. En anderzijds kan een kunstenaar door zijn werk als het ware de heftigheid, de vurigheid van de werkelijkheid uithouden.

Hierna ontspon zich gaandeweg tussen beide sprekers en de aanwezige vrienden een tastend gesprek,  een gedachtewisseling waarin allerlei nuances en lagen van het thema onderzocht en verkend werden. Telkens weer  konden we kijken naar bepaalde fragmenten van het ons omgevende kunstwerk, en telkens weer konden we daardoor aanknopen zowel bij de geschiedenis van kunst en cultuur, als bij het moderne levensgevoel en hoe dit in de hedendaagse kunst uitdrukking vindt. Het was op een bepaalde manier enigszins adembenemend, spannend en ook weer heel voorzichtig, omdat iedereen, zowel de mensen die aan het gesprek deelnamen, als diegenen die luisterend aanwezig waren, voelde dat deze inhouden zich bevinden in een gebied dat niet zomaar met onze alledaagse woorden benaderd kan worden. We konden ervaren dat het nodig was om de taal zelf als het ware te herontdekken.

 

An Notebaert