Onderweg met Alberto Giacometti

La sculpture en marche

“Om het aangezicht van iemand te kunnen zien moet ik kijken.
Maar het is in dit kijken dat er een afstand openbaar wordt tussen dat wat ik zie en dat wat wezenlijk is.
Niet alleen kan ik deze afstand nooit overbruggen, ik mág dit niet! Want in het te dicht bijkomen dooft mijn blik in het aangezicht van de ander de mogelijkheid dat ook hij me aankijken kan.

Ik kan niet anders dan voorwaarts te stappen om dan mijn stappen weer terug te nemen, telkens weer, een stap dichter bij en een stap weer verder weg. Dichter, verder. Verschijnen, verdwijnen. Ergens daar tussenin vindt de ­epifanie plaats. De ander kijkt me aan. Ik ben door hem heen gegaan. En hij door mij.”

Giacometti, La Place, (1947-1948)