A mon seul désir: Kunst en Verlangen

Over het mondig worden van de kunst.

Nun entschleiert es sich mit einemmal:
O gib acht! Gib acht!
Weites Wunderland ist aufgetan’

Alban Berg, Carl Hauptman,  7 Frühe Lieder, 1907, ‘Nacht’

‘Ik geloof steeds meer dat het verlangen naar een beeld, het verlangen om iets bepaalds te zien het enige is waar ik als kunstenaar op kan koersen. Ik verlang naar een beeld waarin de natuur als een schepping verschijnt, als een verschijnsel dat een eigen leven heeft en tegelijkertijd helemaal geordend is.            Gijs Frieling

Ter gelegenheid van ‘A mon seul désir”, tentoonstelling en installaties in het Bonnefanten Museum Maastricht 2008-2009

 

——————————————————————————————–

 

Verlangen is een welbepaalde verhouding. Het is een wijze waarop je in relatie kan treden met de werkelijkheid. Met datgene wat je omringt en met  datgene wat je in jezelf draagt. Daarbij gaat het op de eerste plaats om een zich richten, zoals ook bij het boogschieten  de boog gespannen wordt en de pijl mede een richting krijgt. Verlangend richt je je op datgene wat er nog niet is. Misschien zelfs op datgene wat er niet is en waarvan je niet op voorhand kan weten of het er ooit kan zijn. Precies deze spanning houdt je verlangen gaande.

Je kan niet verlangen naar wat er al is. De behoefte om dat wat er al is blijvend te maken, als een soort permanent je ter beschikking staan is geen verlangen. Dit is uit nood geboren terwijl verlangen zijn oorsprong neemt in een moment van vrijheid. Juist omdat verlangen vrijheid vooronderstelt is het van geen andere factor afhankelijk dan  van zichzelf. Dit betekent dat het zich steeds weer opnieuw kan richten. Als het om verlangen gaat, staat de boog steeds gespannen!

Kunst is uitdrukking van dit verlangen. Een verlangen dat zowel bij de kunstenaar als bij de ‘liefhebber’ van kunst een richting zoekt en dat naar zijn wezen ‘eros’ is. Dit betekent dat het onstilbaar is. Waardoor het wakker blijft. Voldoening en voldaanheid hollen het verlangen uit. Voldaanheid roept onvoldaanheid op, het tegendeel van verlangen! Het verlangen gaat wegzinken in een soort onmacht om zichzelf nog op te roepen. Kunst wordt dan tot een consumptie product herleid. En het onstilbare van de eros, wordt het onverzadigbare van het consumeren. Het nooit genoeg kunnen krijgen. ‘Gekooide kunst’ in de woorden van  Gijs Frieling.

Terwijl het verlangen als dynamiek de mogelijkheid opent om in de dynamiek van de werkelijkheid binnen te treden. Verlangen is het gebaar waarmee je naar de werkelijkheid toegaat  en daardoor word je ontvankelijk voor haar gebaren.  Voor Frieling is schilderkunst :’

in de meest essentiële zin een kunst van gebaren , het gaat om gebaren en die gebaren neem je  als toeschouwer over, je gaat ze zien.’ En daardoor word je  bewust ervan dat de zichtbare wereld zelf uit gebaren bestaat.  Uiteindelijk is er niets in de wereld een statisch beeld. Het is altijd onderdeel van een gebaar en de hele wereld is een samen-spel van allemaal gebaren met verschillende tijden en ritmes. Het maken van een schilderij representeert in de handelingen van de schilder dat proces.[1]

Het beeld waarnaar het verlangen van Gijs Frieling uitgaat kan geen ander dan een dynamisch beeld zijn. Aan deze dynamiek van verlangen, aan dit samenspel van gebaren, waarin de werkelijkheid verschijnt, neemt ook de toeschouwer actief deel. Het is ook zijn verlangen.  Aan dit verlangen kan door geen afzonderlijke uitbeelding worden voldaan, maar omgekeerd, iedere uitbeelding wakkert het verlangen aan. En opent weer nieuwe vergezichten.

Daarom alleen al is een kunstwerk niet voltooid, maar verschijnt als een tussenhalte in het onderweg zijn naar dat wat nog niet is gekend.

Annet Lans, soliste bij het Nederlands Kamerkoor , noemde dit bij een karakterisering van de Sieben Frühen Lieder  van Alban Berg ‘de weg van diegene die niet terug naar huis wil’. Verlangen wil niet terug naar waar het vertrokken is,hoeveel voldoening dit ook moge geven,  maar wil verder,  het onbekende, ‘das weite Wunderland’  tegemoet.  [2]

Christine Gruwez


[1] Uit een interview met Janneke Sauer, 2009. zie   www.gijsfrieling.nl.webloc
[2] Annet Lans, ter gelegenheid van de Conferentie ‘Vrijheid en Liefde in de Filosofie van de Vrijheid’, November 2010.