Libanon, een heel bijzondere constellatie

Nieuw leven in Libanon

‘De wonden van de verschrikkelijke burgeroorlog zijn nog lang niet geheeld en dagelijks dreigt er opnieuw oorlog.’ Christine Gruwez bezocht Libanon. Zij kwam tot de verrassende ontdekking dat er in dit land een ongeschreven nationale overeenkomst wordt ‘geleefd’, waarin christenen, moslims, sjiieten en soennieten samenwerken.

Zee en bergen vormen van oudsher het wezen van Libanon. Misschien kun je dit ook nog anders uitdrukken, namelijk met: water en vuur – een ongeschreven pact tussen het levenselement van het water en van het vuur waardoor de Phoenix uit de as herrijst en nieuw leven mogelijk wordt.

Wandelend door Beiroet kun je in de ene richting je blik laten dwalen over de prachtige, golvende baaien die zich diepblauw langs de kust aftekenen, met hun onmetelijke einder, en onmiddellijk daarna, als je je blik 180° wendt, kijk je tegen plots opdoemende bergketens, de Libanon en de Anti Libanon, waarvan de toppen tot ver in de zomer met sneeuw zijn bedekt. Meer naar het noorden toe zijn enkele van deze hellingen nog begroeid met mythische ceders, ooit over het hele gebergte verspreid, waar Hiëram het cederhout voor de bouw van de tempel van Salomo kwam halen. Op nauwelijks dertig kilometer van de zee, tussen de bergruggen in, ligt de Bekaa vallei, een van de meest vruchtbare valleien in de hele regio. Vijfenzeventig keren wordt Libanon in de bijbel genoemd en telkens gaat het om het land van melk en honig. Geen straat of buurt in Beiroet of je vindt er de kraampjes met paradijselijke vruchten of vers brood dat geurt van de kruiden die erin meegebakken zijn.

Naar wereldmaatstaven is Libanon een klein land. Een oppervlakte van 10.450 vierkante kilometer en een bevolkingsaantal van circa 3,5 miljoen inwoners. Libanon is geen islamitische staat, ofschoon iets meer dan de helft van de inwoners moslim is. Het is evenmin een christelijke staat (40 % is christen). Van de verschillende christelijke kerken vormen die van de maronieten het grootste deel. Een kleine, doch heel bijzondere groep zijn de druzen, die een aftakking vertegenwoordigen binnen de shia (De Zevener Shia), maar met neoplatonische elementen vermengd.

De tengere en onwaarschijnlijk mooie Bassimah, met wie ik logeer in de kleuterschool voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis, stamt uit een druzenfamilie. Ze is kleuterleidster en denkt aan een verdere opleiding vrijeschoolpedagogie in het buitenland. Ze werkt samen met sjiietische en soennitische collega’s en het dragen van een hoofddoek is een individuele keuze, geen opgelegde aangelegenheid. Bassimah laat haar prachtige haardos vrij, maar haar jongere zus wil liever het hoofd bedekken.

In een werelddeel dat vanuit een vaak vernauwde blik bestempeld wordt als broedhaard voor onrust en terrorisme, is Libanon er beslist een toonbeeld van dat het samengaan van verschillende culturen, wat niet hetzelfde is als multiculturalisme, een haalbare kaart is. (Met multiculturalisme wordt een pluralistische instelling bedoeld: verscheidenheid wordt toegelaten, als je elkaar maar niet teveel hindert.)

Libanon telt zeventien officieel erkende religieuze gemeenschappen. In 1947, toen voor het eerst – nadat het Franse mandaat was opgeheven – een eigen Libanese regering werd gevormd, kwam het tot een ongeschreven nationaal pact, waarbij de sleutelposities binnen de regering over vertegenwoordigers van de belangrijkste groeperingen werden verdeeld. De president van de republiek is christelijk (maroniet), de eerste minister is soenniet en de voorzitter van de senaat is sjiiet. Na de verschrikkelijke burgeroorlog (1975-1992), die nog steeds bepaalde buurten in Beiroet als één gapende wonde heeft achtergelaten, wordt dit nationale pact andermaal vernieuwd. Christenen en moslims werken samen. Zij hebben tot taak een brug te slaan tussen deze beide gemeenschappen. Dit is de kracht van Libanon, en niet enkel wat zichzelf betreft, maar voor de hele Levant en wellicht daarbuiten. Ook hier weer de Phoenix die herrijst uit de as. Libanon is een land van nieuwe mogelijkheden, zegt Nicolas Beck, langs moederszijde van Libanese afkomst. Hij heeft een kunstopleiding doorlopen op Emerson College (Engeland) en is nu voor een jaar werkzaam te Jal-ElDib, een wijk in Beiroet, waar een school voor ontwikkelingsgestoorde kinderen zich sinds enkele jaren heeft gevestigd. Daar is het ook dat, tussen Kerstmis en nieuwjaar, voor de medewerkers een seminar vrijeschoolpedagogie zal worden georganiseerd. Een seminar waartoe ik ben uitgenodigd.

De organisatie ‘Fista’ (First Step Together Association) die een aantal van dergelijke initiatieven onder haar vlag verenigt, werd na de burgeroorlog mede opgericht door de in Wenen geboren dr. Valli Merhej, kinderarts, en thans gehuwd met de huidige minister van Staat, een Grieks-orthodox christen. ‘Mijn ouders hebben me in de wereld van de antroposofie binnengeleid’, vertelt ze me. En Valli is het die mij binnenleidt in de complexe wereld van het interculturele, waar men niet enkel naast elkaar probeert te bestaan, maar op elkaar ook ingaat en probeert elkaars fundamentele ‘oerbeelden’ te verstaan: dat wat aan de oorsprong van de verschillende religies ligt. Bij een bezoek aan het hoog in de bergen gelegen patriarchaal klooster Mar Elias te Chouayya worden we door de patriarch van de Grieks-orthodoxe gemeenschap ontvangen. Het gesprek komt vrij spoedig terecht op Elias, de profeet, die in het zuiden van Libanon in Sarfand (het bijbelse Sarepta) heeft geleefd. Een plaats alweer tussen zee en gebergte in, waar we later nog een bezoek zullen brengen. Het belangrijkste van Mar Elias, aldus de patriarch, is dat hij zowel door christenen als door moslims wordt vereerd en aangeroepen. Hij lacht: ‘Er is een spreuk die zegt: Je kunt beter direct je vraag aan Elias stellen, want God is nogal langzaam.’ Misschien is Elias in dit opzicht als een schutspatroon voor Libanon zelf!

Diezelfde dag nog hebben we een afspraak met de groot-ayatollah Mohammed Hussein Fadl Allah, een spiritueel leider van de sjiitische gemeenschap. De plaats is dit keer de armenwijk in het zuiden van Beiroet die onmiddellijk grenst aan het Palestijnse vluchtelingkamp Chatila. Dr. Valli – zoals ze hier door iedereen wordt genoemd – heeft via haar man voor de juiste papieren gezorgd, zodat we de strenge controle door kunnen, vooraleer we in een anoniem appartementsgebouw worden binnengeleid. Daar aangekomen moeten we wachten. De wachtzaal is vol vrouwen en kinderen. Enkelen herkennen dr. Valli. Immers, als kinderarts is ze bekend en tijdens de burgeroorlog heeft ze een soort kinderziekenhuis mede helpen oprichten. Daar heeft ze, tussen de frontlijnen in, de gewonde en zieke kinderen bijgestaan. We moeten onze beurt afwachten, geen voorkeursbehandeling dus, wat me onmiddellijk voor deze ayatollah inneemt. Er is een jonge Libanese journaliste onder de wachtenden, die perfect Engels spreekt en zich meteen ook aanbiedt als tolk!

‘Wat ga je de groot-ayatollah vragen?’, vuurt ze op me af. Als we ten slotte worden binnengeroepen, ben ik al zozeer met haar in gesprek gewikkeld over het thema dat iedereen hier bezighoudt, dat ze zonder meer mee naar binnengaat en het wordt meteen de eerste vraag: ‘Hoe is vrede mogelijk in dit gebied?’ Fadl Allah staat bekend als iemand die steeds heeft beklemtoond dat hij geen leider was en is, noch beoogt te zijn van de partijen die zich binnen de shia in Libanon hebben gevormd en waarvan de bekendste de Amal en de Hezbollah zijn. Wellicht is dit ook de reden waarom zijn spirituele autoriteit nog steeds zo invloedrijk is. Ook in het gesprek dat zich op mijn openingsvraag ontvouwt, legt hij de nadruk op de dialoog tussen de gemeenschappen. ‘Vrede moet permanent worden onderhouden’, zegt hij, ‘en dat begint steeds met de dialoog. Dit is niet hetzelfde als onderhandelen, waarbij je naar een resultaat streeft dat dan door de beide partijen dient te worden nageleefd. Een vredesdialoog vraagt dat je bereid bent je eigen standpunten telkens weer te herzien.’ Later in het gesprek spreekt hij over de Mahdi, de

12e Imam die gerechtigheid op aarde zal brengen. ‘Maar is de Mahdi niet tevens vergezeld van Isa, Jezus?’, vraagt hij nadrukkelijk. ‘Beiden zullen ze dit Godsrijk brengen!’

Op oudejaarsavond ben ik te gast in Tripoli, ooit een van de kruisvaarderstaten. We brengen deze feestavond door in het gloednieuwe Fista-restaurant, waar jonge mensen met een handicap (ontwikkelingsstoornis) een deel van de weg van zelfontdekking en integratie kunnen gaan. Terwijl de maaltijd nog in voorbereiding is, kom ik in een intensief gesprek met psychiater Suzanne Jambour, waarbij zich ook Sana Hamze en Suzy Yahya zullen voegen. Samen hebben ze als psychiaters en psychotherapeuten (alledrie zijn het vrouwen) ‘Restart’ opgericht, een vereniging die slachtoffers van foltering wil reïntegreren. ‘We willen slachtoffers niet enkel en alleen helpen om door deze trauma’s heen te komen’, zegt Suzanne, ‘we willen hen een plaats teruggeven in de samenleving. Om dit te kunnen, moeten we opereren op een heel smalle grensstrook tussen de officiële instanties in Libanon en internationale conventies. Velen die ons centrum komen opzoeken, zijn ook illegalen in de betekenis van: zonder verblijfs- en werkvergunning. Een steeds groeiend aantal is Irak ontvlucht. Hoe kunnen wij hen helpen als de samenleving niet bereid is hen opnieuw een waardige plaats te geven? We willen niet enkel aan therapie doen, hoe noodzakelijk dit ook is. Maar we willen vooral kansen bieden, opdat hun herwonnen identiteit nieuwe wegen kan inslaan.’

‘We moeten uiterst voorzichtig tewerk gaan’, voegt Suzanne eraan toe. ‘Uiterst voorzichtig!’ De anderen knikken. Het is hun ernst. ‘We komen op een politiek explosief gebied. Maar het werk zelf motiveert ons telkens weer.’ Wat heeft deze vrouwen uit de sociale bovenlaag van Libanon, ontwikkeld (en met vele contacten in het buitenland), ertoe aangezet dit initiatief te nemen? ‘Ik lijd geregeld aan slapeloosheid’, bekent Suzanne. De overigen bevestigen dit. ‘We volgen de weg van de empathie. We gaan mee met het verhaal. Geen verhoor. We vragen niet en al helemaal geen ondervragen. We luisteren. Het kan maanden duren eer er iets komt uit iemands meest binnenste kern over de werkelijkheid van de folteringen die hij of zij heeft ondergaan. Maar als het komt, kan er iets beginnen te helen.’

Later op de avond rijden we nog even naar Restart. Er is duidelijk moeite gedaan om een huiselijk karakter aan het huis te geven. Geen bureel, maar een hoekje van een keukentafel, waar iemand soms plots de kracht vindt om zijn lot aan iemand anders toe te vertrouwen. In de hal hangt een collage: Kreet van pijn. Een uiteengescheurd universum, waarin alles uit elkaar valt, het meeste nog de eigen identiteit. ‘Het feit nergens meer toe te behoren. Je kunt je de pijn daarvan niet voorstellen’, zegt Sana, ‘wat foltering bij het slachtoffer uiteindelijk veroorzaakt.’

Waarom doen deze mensen dit? Het feit dat zij ieder deel uitmaken van een andere religieuze of politieke gemeenschap speelt daarbij geen enkele rol. De een is soenniet, de ander christen, een derde sjiiet. Maar dit telt niet mee! Daarop gaan ze prat. ‘We doen het uit onszelf. Omdat we dit willen. En misschien hebben de ervaringen van de recente burgeroorlog ons de ogen voor dit gegeven geopend.’ Laat in de nacht rijden we terug naar Beiroet. Het is 2003. Mijn vlucht gaat om vier uur in de ochtend. Onder de schitterende sterrenhemel fonkelen de ontelbare lichten van alle huizen waar mensen met elkaar het nieuwe jaar aan het vieren zijn. Ondanks de nog open wonden van een steeds verder woedend conflict met Israël en ondanks nieuwe oorlogsdreigingen!

‘Ik zou willen dat er in de wereld begrip kan groeien over hoezeer wij, hier in Libanon, mede de gevolgen dragen van de oorlogsdreiging. Terwijl we niet onmiddellijk in het blikveld staan, maar wel iedere verwijzing naar militaire conflicten de oude angsten en demonen weer doet oprijzen. Ik zou wensen dat de wereld weet hoezeer we ons inspannen om daarbij toch verder te gaan.’

Aan het woord is Assad Diab, minister voor Sociale Zaken, die zich bij een onderhoud zeer geïnteresseerd heeft getoond in de projecten van Fista. Hij is bereid om een symposium te organiseren waarbij alle gelijkaardige initiatieven op uitnodiging van Fista zouden kunnen samenkomen. Misschien zelfs met de reeds bestaande Unesco-tentoonstelling over vrijeschoolpedagogie. Plannen maken voor de toekomst in het land waar de Phoenix uit de as herrijst is een bijzonder gegeven.

Artikel uit: Motief, maandblad voor antroposofie - nr. 61, maart 2003 © Antroposofische Vereniging in Nederland www.antroposofie.nl

4