De zeven van Tibhirine

Si, nous avons le choix’

Naar aanleiding van de film ‘Des Hommes et des Dieux’

In September 2010 werd op het Filmfestival te Cannes ‘Des Hommes et des Dieux’ van de franse regiseeur Xavier Beauvois bekroond.

Het waar gebeurd verhaal concentreert zich op de laatste maanden in het leven van een kleine Trappisten kloostergemeenschap in het Atlas gebergte in Algerije. In het midden van de negentiger jaren wordt het land door een golf van terrorisme geteisterd  en ‘Westerlingen’ zijn bij uitstek een doelwit. De monniken, wiens klooster –  het in 1938 gestichte  Notre-Dame-de-l’Atlas –  in de nabijheid van het dorp Tibhirine ligt,  krijgen de raad om een veiliger oord op te zoeken. Maar zij blijven, een besluit dat niet zonder innerlijke strijd door elk van hen uiteindelijk wordt genomen. Zeven onder  hen worden in maart 1996  ontvoerd . Op 23  mei van hetzelfde jaar  brengt het schokkende bericht van hun dood verslagenheid over de hele wereld.

Wat de film niet in beeld brengt of slechts heel even naar verwijst, zijn de jaren die aan hun tragisch einde zijn voorafgaan. In die periode zoeken enkelen van hen een bewuste toenadering tot de moslim gemeenschap in hun omgeving als een innerlijke weg naar een werkelijke ontmoeting tussen islam en Christendom. . Het oorspronkelijke bekeringsmotief, dat met het  koloniale tijdperk samenging , is in de loop der jaren omgevormd tot een praktijk waarbij monniken en dorpsbewoners het uiterst simpele  leven met elkaar delen : op het veld, bij een viering, in het verzorgen van zieken door de monnik-arts  Luc enzovoort.

Op het ogenblik van de ontvoering is Christian de Chergé prior van het klooster. Nauwelijks twintig jaar oud  werd hij als onderluitenant naar Algerije gestuurd waar hij gedurende 18 maanden de taak van administrateur voor enkele dorpen moet waarnemen.  Heel snel sluit hij vriendschap met de plaatselijke veldwachter en samen gaan ze op ronde. Mohammed is vader van een groot gezin en een gelovig moslim. Als het thema Islam en Christendom in hun gesprekken opduikt, zegt Mohammed op een bepaald ogenblik tot Christian :’ Je weet niet hoe te biddenTu ne sais pas comment prier’! Op een van hun tochten worden de beide vrienden aangevallen door een groepje Algerijnse nationalisten. De Franse militaire kledij die Christian draagt, is een uitdagend teken en symbool voor de onderdrukking van het land. Mohammed komt tussen en redt het leven van Christian, maar wordt zelf enkele dagen later uit wraak voor zijn tussenkomst vermoord.

Dit schokkende gebeuren opent het hart van Christian. Het wordt een ‘leitmotiv’ voor zijn hele verdere leven. Het is een moslim die hem, iemand uit het christelijke Europa die deel uitmaakt van een bezettingsmacht, voor een gewelddadige dood heeft behoed. ‘‘Niemand heeft grotere liefde, dan wie zijn leven geeft voor zijn naaste’’, schrijft Christian, de woorden uit het Evangelie aanhalend. .  Dit te leven en verder te leven in het land waar hem ‘ce gage de l ’amour le plus grand’ werd gegeven, bepaalt voortaan zijn innerlijke zoektochtl’

Door contacten tussen enkele leden van een Soefi orde uit het naburige Medea en de  monniken ontstaat in maart 1979 het ‘Ribat-es-Salaam, letterlijk vertaald: een  ‘oponthoud ’(ribat)  der vrede, waarbij moslims en christenen, monniken en Soefi’s met elkaar uitwisselen  en bidden. Bijzonder is dat het niet om een gemeenschappelijk gebed gaat. Ieder van de aanwezigen bidt overeenkomstig het eigen streven.

Ieder neemt zich voor zowel een vers uit de Koran als ook een passage uit een van de Evangelies gedurende een half jaar in gebed of n dhikr te verdiepen en daarna de ervaringen met elkaar te delen.  Maar de contacten beperken zich niet tot  samenkomsten in de Ribat. In zijn dagboek  beschrijft Christian de Chergé hoe een moslim hem op een nacht in het gebed vergezelt met het eigen bidden : ‘ce frère d’une seule nuit’. En hoe deze beide stromen van gebed elkaar zoeken en een ogenblik lang  elkaar ook vinden, als paren in een dans. Waarbij ze niet in elkaar opgaan, maar waar ieder afzonderlijk, vanuit het eigen centrum biddend naar elkaar toe beweegt. Wat hen verbindt is de ‘dans’.

Nadat hij in 1984 tot prior van Notre-dame de l’Atlas  is verkozen, stelt Christian aan het generale kapittel van de Trappistenorde voor dat voortaan ‘iedere mens van goede wil, welke ook zijn geloof moge zijn’  binnen de  kloostermuren welkom is.’ Wat door het kapittel schriftelijk bekrachtigd wordt.

Reeds eerder hadden de  monniken van Tibhirine in hun klooster  een ruimte ingericht als moskee. De diensten verlopen parallel, ieder volgens het eigen ritme, en het luiden van de klok wordt afgewisseld door de gebedsoproep van de muezzin.

Bijzonder is de bescheidenheid en de vanzelfsprekendheid waarmee dit naar elkaar toe naderen wordt geleefd. Ook in sommige aantekeningen en brieven van de andere monniken, zoals van frère Christophe,  vindt men deze toon van transparante eenvoud terug. Er is nergens een behoefte om zichzelf tot (‘christelijk’) voorbeeld uit te roepen of om dit als een model voor verstandhouding tussen Islam en Christendom  bekendheid te geven. Er is enkel dit léven van de ontmoeting als  een mogelijkheid die in ieder moment besloten ligt.

Op  Kerstavond 1995 dringt een GIA commando onder leiding van Sayah Attiyah   het klooster binnen op zoek naar geneesmiddelen en geld.

Dans ce monastère, les armes n’entrent pas’ zegt de prior.

Waarop de aanvoerder  tot Christian : ‘ Vous n’avez pas le choix! Je hebt geen keuze !’

Toch, is diens antwoord,: ‘ Si, nous avons le choix.’

Ondanks het herhaalde aandringen van de overheid hadden de monniken immers besloten geen wapens- om zich bij een eventuele overval te kunnen verdedigen,- in het klooster er op na te houden.

Het is deze keuze die hen , ieder voor zich,  gedragen heeft tot aan  de ultieme consequenties ervan. Tot op heden zijn de preciese omstandigheden van hun dood onopgehelderd gebleven.

Nog in 2000 werd het klooster afwisselend bewoond door een moslim kluizenaar en een priester .  Sinds  ook de graven van de monniken uiteindelijk naar het klooster werden overgebracht , bewijst de moslim bevolking  en de christenen uit de buurt,  hen de eer, die aan heiligen en martelaren  toekomt.  De legende van de zevenslapers in de grot te Ephese, die zowel in de christelijke als in de moslim wereld bekend is biedt ruimte voor ontmoeting tussen deze beide tradities. . Onmiddelijk nadat hun dood bekend werd, werd in het nieuws op de algerjnse TV en radio reeds gewag gemaakt van deze legende, die in Soera XVIII wordt geopenbaard als een  teken van de opstanding uit de dood. (Le Monde, 8 juni 1996, P. Prado) De zeven die in de grot te Ephese insliepen en door God uit hun slaap werden gewekt verwijzen naar het leven en het sterven van de zeven van Tibhirine.

Doorheen  de geschriften van Christian de Chergé, als een rode draad, loopt de verwijzing naar de  oproep uit de Koran (3,65) gericht tot de mensen van het boek, in dit geval christenen en moslims  om ‘une parole commune’, een woord  dat met elkaar gedeeld kan worden,  te vinden.  Het unieke van de monniken van Tibhirine is niet dat ze dit woord hebben gevonden. Maar dat ze dit woord hebben geleefd om het uiteindelijk te worden.

Christine Gruwez

Kerstmis 2010

Citaten uit :

Christian de Chergé, Prieur de Tibhirine, ‘L’Invincible espérance’ Bayard

Verder: ‘Les sept dormants. Sept livres pour les sept de Tibhirine’ met werk van de Algerijnse kunsenaar Rachid Koraichi, Actes Sud.

G.I.A. = Groupe Islamiste Armé