Naar nieuwe vormen van verzet

een verslag van Werner Govaerts

Op vrijdag 27 januari jl. (2012) gaf Christine Gruwez in Antwerpen een voordracht met de intrigerende titel “Bewust(er) omgaan met nieuwe uitdagingen en nieuwe vormen van verzet”. In de aanloop van een nationale staking (op 30 januari), wat toch bij uitstek een ‘oude’ vorm van verzet is, opende Christine Gruwez uiterst belangwekkende perspectieven, waarvan ik hier probeer een verslag te geven.

De spreekster begon met te verwijzen naar een uitspraak van Stefan Zweig, aonder andere bekend door zijn Schachnovelle, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het resultaat (Erfolg) en de werking (Wirkung) van een handeling. Resultaten hebben het karakter van harde feiten, terwijl een werking juist ongrijpbaar en immaterieel blijft. Van zodra je ze benoemt, formuleert of in een verslag zet, wordt die werking immers een resultaat en is het geen werking meer. Een werking is principieel van geestelijke aard en dus niet zintuiglijk waarneembaar.

Van Rudolf Steiner weten we dat feiten nooit exhaustief door andere feiten kunnen worden verklaard. Dat is in onze tijd een erg lastig inzicht om te verwerven, want we worden continu overspoeld door verklaringen van feiten op basis van andere feiten. Nochtans is het voor de meesten onder ons ook duidelijk dat feiten op heel verschillende manieren kunnen worden voorgesteld en met elkaar verbonden. Wat we daar op het spoor kunnen komen, is een aspect van de werking, die onder de oppervlakte van de geschiedenis werkzaam is en de effectieve loop van de gebeurtenissen (mee) bepaalt.

Christine Gruwez schetste vervolgens hoe we momenteel een periode van crisis doormaken. Die crisis betekent het overschrijden van een drempel. Die drempeloverschrijding is geen gevolg van de crisis, maar is iets wat zich in het bewustzijn afspeelt en wat Rudolf Steiner de verzelfstandiging van het denken, het voelen en het willen heeft genoemd. Dat uit elkaar groeien van deze zielenkwaliteiten is voor ieder van ons een dagelijkse ervaring, maar toch krijgen we het vaak niet helder. We ‘weten’ wel dat denken, voelen en willen niet meer vanzelfsprekend(e) samenhangen, maar we zijn hier onvoldoende wakker in. Af en toe worden we er wakker voor, maar de kunst bestaat er nu precies in om ook wakker te blijven. Die wakkerheid moet zich in het nu voltrekken. Noch het vasthouden aan (oplossingen uit) het verleden, noch het fixeren op toekomstige perspectieven bieden hier een uitweg – het wakker blijven zou je best een duurzaam bewustzijn kunnen noemen. Als je daarin slaagt, ontstaat de kans om een nieuwe samenhang tussen denken, voelen en willen te doen ontstaan. Een samenhang die bewust gewild en gecreëerd is.
De vraag is dan natuurlijk hoe dat er concreet zou kunnen uitzien. Christine Gruwez schetste in drie bewegingen waartoe de eenzijdigheden van de losgeslagen zielenkwaliteiten kunnen leiden. Voor het denken wees zij erop dat het denken, zonder verbondenheid met voelen en willen, niet meer betrokken is en ook niet meer gericht op de gevolgen. In de twintigste eeuw zijn hiervoor talloze voorbeelden te vinden: de ontwikkeling van de gentechnologie, de uitvinding van de atoombom, de creatie van androïde robots in Japan, het manipuleren en inplanten van persoonlijkheden in mensen enz. Het gemeenschappelijk kenmerk van al deze feiten is de ontkenning van het menselijk ‘ik’ en de reductie van de mens tot zijn lichaam. Dat lichaam kan gemanipuleerd en geperfectioneerd worden – het recht om onvoltooid, onaf en gebrekkig te zijn wordt ons hier ontzegd.
Voor het domein van het voelen wees Christine Gruwez erop dat het voelen eigenlijk een soort pendelslag is tusen het voelen dat gericht is op de omgeving, en het voelen dat gericht is op mijzelf. Een voelen dat uit de samenhang met denken en willen wordt gerukt, verkeert in de onmogelijkheid om zich nog naar buiten te richten. Zo’n losgerukt voelen kan alleen nog zichzelf voelen. De hele wereld van de publiciteit, amusements- en wellnessindustrie is ook daarop gericht. Het recht om het volledige palet van ons voelen te exploreren – inclusief angst, onrust, onzekerheid, onbehaaglijkheid – wordt ons hier ontzegd.
Het willen heeft bij het los komen staan van voelen en denken de tendens om te verharden. Mensen zetten zichzelf steeds meer onder druk, beleven de dag als een schema en kunnen de warmte, die bij het willen/handelen hoort, niet meer voelen. Dat gebrek wordt dan gecompenseerd door macht en controle over anderen. Wat ons hier ontzegd wordt, is het recht tot zachtmoedigheid: onze maatschappij laat niet toe ‘soft’ te zijn – je moet alles in handen hebben!
Kortom, wat in deze crisistijd wordt aangetast, is ons recht om mens te zin! Het creëren van nieuwe samenhangen tussen denken, voelen en willen is niet meer of niet minder dan een poging om (weer) (meer) mens te worden. In eerste instantie voltrekt zich dit door interesse, een interessie in het nu, voor alles, ook voor al wat op het eerste gezicht niet interessant is. Een tweede aspect hierbij is de twaalfheid, waarvan Rudolf Steiner heeft gezegd dat ze onontbeerlijk is om alle mogelijkheden, alle aspecten van de werkelijkheid vertegenwoordigd te hebben. Christine Gruwez verbond deze gedachten met een gesprek tussen Smith en O’Brien uit 1984 van George Orwell, nl. die passages waarin sprake is over het mens zijn en over het bestaan van de Broederschap. Rudolf Steiner stelde dat Christus de eerste was die als broeder onder de mensen was, die naast de zondaar en de tollenaar ging zitten, als broeder, zonder te oordelen. In het naast elkaar zitten begint de broederschap bij het luisteren, het creëren van de mogelijkheid voor de ander om zich uit te spreken. Christine Gruwez besloot met de vaststelling dat een dergelijke broederschap niet bestaat. Maar dat we er wel aan kunnen werken. EEN DERGELIJKE BROEDERSCHAP KAN ENKEL ONTSTAAN!

Werner Govaerts