Tot armoede veroordeeld? Armoede als vermogen

‘Mögen die Menschen des eines Teiles der Welt von den andern Milliarden verlangen, diese Milliarden sie werden zu einem glühenden Golde werden und vernichtend wirken, während auf der andern Seite die Armut, wenn sie von Geist beflügelt ist, doch die Menschen empor tragen wird in die Höhen, in welche die Zukunft der Menschenentwickelung hinführen soll’
Rudolf Steiner, GA 187 Dornach, 1 Januar 1919

Tot armoede veroordeeld? Armoede als vermogen.
Spinoza, Steiner, Günther Grass

In de maandageditie 3 juli van Le Monde lees je op de voorpagina dat Europa weer adem haalt: ‘ La crise: L’Europe respire’ Opluchting alom. Een geslaagde EU top, weliswaar met enkele onvoorziene wendingen, maar die eindelijk na een nachtelijke extra bijeenkomst tot het verhoopte eindakkoord leidde.
Ieder blijkt bij deze “geslaagde EU top” wel wat in de wacht te hebben kunnen slepen, niet in het minst Italië en Spanje, die (voorlopig dan toch) een toezicht door de Troïka konden afweren bij de hun toegekende steun. Het begrotingspact werd goedgekeurd en vrijdag heette een goede dag te zijn voor beleggers op de beurs. Een zeker gejubel is niet van de lucht.

In Griekenland is de stemming er allerminst een van jubelen. Dagelijks komen er nieuwe gevallen van wanhoopsdaden in het nieuws. Voor het eerst zag ik met eigen ogen hoe hier in de buurt een bejaarde heer, keurig gekleed, niet zonder een zekere waardige gelatenheid, de afvalcontainer van een supermarkt aan het doorzoeken was. Daarnaast echter neemt het aantal buurtcomités zienderogen toe en dit niet enkel in Athene. Terwijl er geruime tijd al door de kerk en andere organisaties voedsel en kledij werd verdeeld, zijn deze comités ad hoc ontstaan op initiatief van enkele mensen uit een bepaalde buurt. Het gaat hun om veel meer nog dan het concrete hulpverlenen. Solidariteit wordt een doel op zich, zoals blijkt uit een gesprek met Lila en Kostas, die een wijkcomité in Athene hebben opgezet:
“De enige manier om onze problemen op te lossen, is om te leven met andere vormen van onderlinge interactie met solidariteit als belangrijkste aspect. Dit is voor ons het grootste verschil met de liefdadigheidsprojecten
http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/06/27/athene-buurtcomite-verzet-zich-tegen-besparingen

Niet alleen is armoede geen schande, armoede is als conditie onafscheidelijk verbonden met de menselijke staat. Tenminste, als je onder armoede verstaat, met een beperkt aantal middelen toch over het levensnoodzakelijke te beschikken en een waardig bestaan te kunnen leiden. Dit waardig bestaan houdt ook in dat je tot een zekere mate over jezelf kan beschikken. Over je gaan en staan, over je boomgaarden, over je vissersboot (in de jaren 90 werden er EU subsidies verstrekt aan de vissers om hun traditionele visserssloep te vernietigen, op dezelfde manier zoals er EU subsidies verleend werden om oude olijfbomen om te hakken) kortom te beschikken over hoe je je tijd en je leven wil besteden. En dit zonder enige willekeur maar steeds binnen het kader van je gemeenschap, aan wiens normen en waarden je deel neemt. Want ook dat is waardigheid.

Als armoede waardigheid niet uitsluit, is het al evenmin een straf. Het is ook geen bewijs van onvermogen of van een tekortschieten.
‘Wij zijn steeds arm geweest’ , hoor je heel veel Grieken zeggen. Ze zeggen het niet zonder trots. Ze hebben steeds sober geleefd en tot op de dag van vandaag is dat voor een groot aantal onder hen nog steeds het geval. Deze eeuwenlange armoede heeft hun eigenwaarde niet aangetast. Wel integendeel. Het verschil met wat er nu gebeurt is dat het dit keer niet om ‘armoede’ gaat. Het klopt dat ze, in de woorden van Günther Grass ‘ veroordeeld’ zijn. Veroordeeld niet tot armoede; maar tot ‘miserie’. En de kern van de miserie bestaat hierin dat deze van buitenaf is opgelegd, waarbij ze aan de schandpaal te kijk worden gesteld. Want het is niet enkel een mate van materiële welvaart die drastisch wordt ingeperkt, het is tezelfdertijd als gevolg daarvan ook de inperking van een mate van zelfbeschikking. Dit inperken van zelfbeschikking wordt duidelijk in het licht van de decennia die aan de huidige situatie voorafgingen. Was de Griekse bevolking arm, ook jaren nog na de tweede wereldoorlog, dan is anno 2012 de armoede een heel andere aangelegenheid. En dit omdat –zij het vaak op een sluipende manier – de armoede verjaagd is geworden door wat miserie kan worden genoemd. Miserie is bijvoorbeeld de nu niet meer haalbare maandelijkse afbetaling van leningen, voor de aankoop van goederen die een halve eeuw geleden nog als overbodig werden gezien, een luxe die aan het bestaan geen enkele meerwaarde kon geven. In de jaren vijftig had het overgrote deel van de Griekse bevolking geen schulden gemaakt. Nog niet. Je was arm, maar je had voldoende om te leven. Sommige films uit die tijd, waar je mensen uit een buurt de zondagnamiddag met elkaar ziet doorbrengen, zijn tegenwoordig weer populair. Net zoals een sociologische studie over de eetgewoonten van de Grieken tijdens de tweede wereldoorlog, die nu dienst doet als een soort kookboek;, met recepten hoe je met een minimum aan ingrediënten een maaltijd voor je gezin op tafel kan zetten. Kunnen we niet terug ‘gewoon arm’ worden, vragen Grieken zich af. Gewoon arm is uiteraard niet hetzelfde als extreme armoede, die in de regel met vormen van uitbuiting samenhangt. ‘Terug gewoon arm worden’! Dit kan verbazing wekken, ook omdat dergelijke uitspraken niet enkel door de oudere generatie, maar ook door dertigers, veertiger worden gedaan. Zelfs indien ze nog een inkomen hebben, zijn zij het die het sterkst allerlei vormen van ‘miserie’ aan den lijve ondervinden. Zoals de technicus, die op de luchthaven een volle baan heeft (7 dagen op 7) en daarnaast ook nog in de avonduren als winkelier in een kleine kruidenierszaak werkt. Om de eindjes aan elkaar te knopen. Slechts af en toe kan hij zijn kinderen zien. Gezinsleven schiet er bij in. En alhoewel hij zich gelukkig prijst nog werk te hebben, is dit feit alleen al een vorm van miserie..Samen met het besef dat er geen weg meer terug is, naar de periode waar armoede nog armoede kon zijn en geen ellende.

‘Quand la misère chasse la pauvreté’  is de titel van een in 2003 verschenen essay van Majid Rahnema, jaren lang lid van de Unesco en voormalig Iraans minister van Onderwijs. Daarin toont hij met voorbeelden aan, hoe de moderne economie die vorm van armoede aan het verdrijven is, die eeuwenlang de bestaansvorm voor het grootste deel van de mensheid gold en die met gemoedelijkheid en gemeenschapzin gepaard kon gaan,. In plaats daarvan zijn er nieuwe vormen van ‘ellende’ ontstaan, niet in het minst in die delen van de wereld, waar welvaart definitief gevestigd leek te zijn. In 2008, het jaar waarin de crisis duidelijk werd, verscheen een volgende publicatie ‘ La puissance des pauvres’. (Actes Sud 2008)
In een van de gesprekken , waarmee het boek begint, en dat hij samen met de architect en historicus van de techniek, Jean Robert, in dialoog vorm schreef, wijst hij er eens te meer op hoe belangrijk het is om het onderscheid tussen armoede (pauvreté) en miserie, (misère) te handhaven. In de hedendaagse definitie van armoede, (waarbij de armoedegrens op 1 à 2 dollar per dag wordt vastgesteld) krijgt de armoede, die als conditie voor het grootste deel van de mensheid steeds van kracht is geweest, geen plaats meer ingeruimd. Vanuit het huidige economische standpunt is armoede hoofdzakelijk een vorm van tekort, van een ontbreken, en wordt ze aldus ontdaan van de waarde die ze in een gemeenschap kan vertegenwoordigen Nog afgezien van de bijzondere waarde die aan vrijwillige armoede, hoe uitzonderlijk ook, kan worden toegekend. Want vrijwillige armoede, al dan niet binnen het kader van een religieus systeem, geeft nog eens duidelijk te kennen, welke waardevolle plaats aan armoede toekomen kan. Wat heden ten dage als armoede wordt bestempeld, heeft volgens de auteurs weinig met deze vorm van armoede nog van doen, het is  in veel gevallen ‘miserie’ geworden. Het is armoede die niet ‘vom Geist beflügelt’ is, en dat ook niet, nooit kan worden.

De reden waarom dit het geval is, wordt reeds met de titel van het boek aangeduid: La puiissance des pauvres. Neen, niet : de macht van de armen, maar eerder de kracht. Het is puissance tegenover pouvoir, potentia tegenover potestas. Potentia betekent ‘vermogen’. De auteurs, die elkaar in de jaren zeventig in het denkspoor van onder andere Ivan Illich hebben leren kennen beroepen zich in hun dialoog op de termen die Spinoza in zijn Tractatus Theologico-Politus aanwendt.
Het vermogen van iedere mens (zijn ‘potentieel’) bestaat er in te kunnen verwerkelijken wat hij als potentia, als aanleg in zich draagt, aldus Spinoza. De kloof is er niet een tussen welstellenden en armen, maar een tussen diegenen die in staat blijken het eigen potentieel te verwerkelijken en zij die aan externe richtlijnen gevolg geven. Extern betekent; datgene wat niet deel uitmaakt van de individuele potentia. Het domein van de potestas, de macht, is het rijk van diegenen die gehoor geven aan de roep van het externe, of zij nu macht uitoefenen of macht ondergaan. Het zich beroepen op het eigen vermogen en dit vervolgens te kunnen verwerkelijken is het domein van de potentia. Een eenvoudig en sober leven is daar als het ware de eerste voorwaarde toe. Alle streven om aanzien, macht en welvaart naar zich toe te halen, vertroebelt deze klare verbinding tussen rede en verlangen, die aan de potentia eigen is. Deze klare verbinding is tevens bron van vreugde. Volgens de auteurs is het leven van Spinoza een duidelijk toonbeeld van wat armoede vermag. Hij had zich aan de kant van de machtigen en de welvarenden kunnen scharen, in het rijke Amsterdam van zijn tijd. Zijn keuze was duidelijk een andere. Hij koos voor de essentie (het wezen en dat wat het vraagt om zich te kunnen ontplooiien ) en stelde zich in dienst ervan, een dienstbaarheid die de signatuur van vrijheid draagt. In tegenstelling tot machtsuitoefening, die alle tekenen van onderworpen zijn aan het eigenbelang vertoont.
Het spreekt voor zich dat armoede die wordt opgelegd en dus wordt ondergaan als het gevolg van externe machtsaanspraken, nog niet de bevrijdende kracht kan hebben, als de armoede die van binnenuit, als zelfgekozen vorm van verwerkelijking van het eigen vermogen , beoefend wordt. Maar is juist niet de armoede van binnenuit, de armoede als vermogen reeds een eerste stap in de richting van geleefde broederlijkheid? Het omwille van de ander van binnenuit opleggen van beperkingen tegenover een van buitenaf afgedwongen besparingsplan omwille van eigenbelang?
Is het tenslotte niet de armoede die , vom Geist beflügelt, niet alleen aan de armen, maar meer nog aan de machtigen, hun terug de wegen zal openen naar een toekomst waar de armoede als vermogen haar waarde terugvindt en daardoor iedere mens aan waardigheid zal winnen? Althans, dit beluister ik ook inde verzuchtingen van sommigen in dit land, dat ons allen in Europa tot wieg is geweest: Kunnen we niet terug gewoon arm worden?

Christine Gruwez

Europa’s Schande
Günther Grass

„Dem Chaos nah, weil dem Markt nicht gerecht, bist fern Du dem Land, das die Wiege Dir lieh.

Was mit der Seele gesucht, gefunden Dir galt, wird abgetan nun, unter Schrottwert taxiert.
Als Schuldner nackt an den Pranger gestellt, leidet ein Land, dem Dank zu schulden Dir Redensart war.

Zur Armut verurteiltes Land, dessen Reichtum gepflegt Museen schmückt: von Dir gehütete Beute.

Die mit der Waffen Gewalt das inselgesegnete Land heimgesucht, trugen zur Uniform Hölderlin im Tornister.

Kaum noch geduldetes Land, dessen Obristen von Dir einst als Bündnispartner geduldet wurden.

Rechtloses Land, dem der Rechthaber Macht den Gürtel enger und enger schnallt.
Dir trotzend trägt Antigone Schwarz und landesweit kleidet Trauer das Volk, dessen Gast Du gewesen.

Außer Landes jedoch hat dem Krösus verwandtes Gefolge alles, was gülden glänzt gehortet in Deinen Tresoren.

Sauf endlich, sauf! schreien der Kommissare Claqueure, doch zornig gibt Sokrates Dir den Becher randvoll zurück.

Verfluchen im Chor, was eigen Dir ist, werden die Götter, deren Olymp zu enteignen Dein Wille verlangt.

„Europas Schande“: Das Gedicht von Günter Grass im Wortlaut – weiter lesen auf FOCUS Online: http://www.focus.de/kultur/buecher/europas-schande-das-gedicht-von-guenter-grass-im-wortlaut_aid_758777.html

Nederlandse vertaling:
De chaos nabij, omdat het zich niet naar de markt voegt,ben je ver weg van het land dat je ooit de wieg leende.

Wat je met de ziel gezocht en ook gevonden achtte,wordt nu afgedaan, tegen schrootwaarde getaxeerd.

Als schuldenaar naakt aan de schandpaal genageld, lijdt een land, waaraan jouw verschuldigde dank altijd spreekwoordelijk was.

Tot armoe gedoemd land, welks rijkdom musea keurig glans verleent: door jou bewaakte buit.

Die met geweld van wapens het eilandgezegende land tormenteerden, droegen naast het uniform Hölderlin in hun ransel.

Amper nog getolereerd land, welks kolonels door jou ooit als bondgenoten werden geduld.
Rechteloos land, welks broekriem door gelijkhebber macht alsmaar strakker en strakker wordt aangehaald.

Jou trotserend draagt Antigone zwart en alom bekleedt rouw het volk, welks gast jij bent geweest.

Maar buiten het land heeft het met Croesus verwante gevolg alles wat glanst als goud in jouw kluizen opgepot.

Zuip dan toch, zuip! schreeuwt het klapvee van de commissarissen, maar woedend geeft Socrates je de beker tot aan de rand gevuld terug.

Vervloeken in koor, al wat je eigen is, zullen de goden, wier Olympus jouw wil verlangt te onteigenen.

Geestloos verkommeren zul je zonder het land, welks geest jou, Europa, bedacht.

(Süddeutsche Zeitung, 25 mei 2012 – Nederlandse vertaling: Tom Ordelman, 26 mei 2012.)

Enkele voorbeelden van de straatart paintings die in de laatste maanden voornamelijk in de buurt van Exarchia in Athene op de muren verschenen zijn:

Het gebrek aan ‘zuurstof’, de amputatie van een land, een kind dat vruchteloos reikt naar de sterren van Europa…….