De opstanding in het denken

Over de opstanding in het denken en Rudolf Steiner als tijdgenoot.

Christine Gruwez

Verslag door Marc Nauwelaerts

We zullen eerst het thema Rudolf Steiner als tijdgenoot behandelen. In welke mate zijn de inzichten van Rudolf Steiner ook voor onze tijd geldig? Dit is een vraag naar het ‘tijdgenoot zijn’ van Rudolf Steiner.

Deze vraagstelling bestaat uit meerdere lagen:

  • Hoe zit het met Rudolf Steiner en zijn generatiegenoten?
  • Hoe te kijken naar Rudolf Steiner en andere persoonlijkheden door wie de ‘stem van de tijd’ klinkt?

Bv. Steiner en de filosoof Walter Benjamin (1892-1940). Zij hebben vermoedelijk elkaar niet gekend, maar dat is geen beletsel opdat één en dezelfde stem van je tijd door je heen zou klinken. Zij zijn geen generatiegenoten, wel tijdgenoten!

  • Dit jaar werd in Wolfsburg ( Duitsland) een interessante tentoonstelling gehouden. Zeventien kunstenaars exposeerden er hun werk dat rechtstreeks geïnspireerd is door de impulsen van Rudolf Steiner. Tony Cragg, één van hen, zei het volgende:
    ‘ Een 20e eeuw zonder Rudolf Steiner staat gelijk aan een katastrofe’
    (Ein 20.Jahrhundert ohne Rudolf Steiner wäre eine Katastrophe’)

Dit brengt ons tot de vraag naar de actualiteit van Rudolf Steiner. Actualiteit heeft te maken met act/ in actu/ met werking en verwerkelijking. De actualiteit van iemand hangt samen met de werking die ervan uitgaat. Meestal wordt dit begrepen als een werking  die vanuit het verleden nog doorwerkt in het heden. Maar dit is slechts één aspect. Het andere aspect is dat het bij deze vraag naar tijdgenoot worden ook gaat om een werking die vanuit de toekomst naar het heden toekomt. Pas als beide in het oog worden gevat: vanuit het verleden en vanuit de toekomst naar het heden toe, dan kan men over tijdgenootschap spreken.
Het ‘heden’ is het punt waar beide dynamieken met elkaar in wisselwerking treden. Maar het ‘heden’ is geen abstract gegeven. Het heden vindt plaats in ieder mens, in de mate dat hij ‘acte de présence’ doet. Het heden of het ‘nu’ is een daad van aanwezigheid, is tegenwoordigheid van geest. De vraag in welke mate Rudolf Steiner tijdgenoot is, dit wil zeggen werkzaam is in het tegenwoordige, komt neer op de vraag: hoe aanwezig ben ik?

De lineaire tijd, de chronologie van de geschiedenis heeft hierop geen invloed. Steiner’s ‘ideeënkosmos’ heeft werkingskracht in welk tijdperk dan ook, op voorwaarde dat mensen zich daartoe tegenwoordig willen stellen, in een acte de présence. Zo kan men de uitspraak van Tony Cragg begrijpen en deze geldt in dit opzicht net zozeer voor de 21e als voor de 20e eeuw.
Nu gaan we over op ons tweede thema de opstanding van het denken.

We gaan dit vooreerst los van een christelijke of theologische context benaderen.

Opstanding heeft te maken met ‘op-staan’. Dit ‘op-staan’ kan alleen geschieden als er vooraf een vallen is geweest. Er moet dus een voorafgaande toestand zijn waaruit men kan opstaan. Dit brengt ons tot de vraag: waaruit kan het denken opstaan?

Het materialistische denken is die toestand van waaruit het denken kan opstaan.

Wat is nu materialistisch denken?
Het heeft met een manier van denken te maken. Het is ook een manier van denken, waardoor het onmogelijk wordt gemaakt om vrijheid te denken. Zo is het heel goed mogelijk dat vanuit een materialistisch denken, dat uiteindelijk het dominante denken is in de hedendaagse westerse wereld, er een pleidooi voor de vrijheid ( b.v. mensenrechten ) wordt gehouden maar dat de manier waarop men denkt deze in feite reeds tegenspreekt.

Wij kunnen het materialistische nu iets preciezer karakteriseren:

  • Materialistisch denken is die wijze van denken waarbij het denken zichzelf vergeet. Alle aandacht gaat naar het eindproduct van het denken:  het “ge-dachte”. Dit is taalkundig een “voltooid deelwoord”, dus verleden tijd! Het is voltooid en leeft niet meer.
  • Dit eindproduct wordt begrepen niet als iets wat ik als denkende mens voortbreng, maar als iets dat in mij opduikt als gevolg van neurofysiologische processen. ( zie: ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab )
  • Door de focus op het eindproduct en interpretatie ervan is er geen aandacht meer mogelijk voor de weg, het proces dat aan het eindproduct voorafgaat:

o      De gedachtengang of het denkende beschouwen

o      Het punt van oorsprong van waaruit het denken ontspringt.

Vanwaar komt nu deze moeilijkheid? Vanwaar komt de dwang om bij het eindproduct te moeten blijven? { In de woorden van de conferentie zangeres Annet Lans: waarom willen we meteen naar huis? Daar waar de componist van ‘Sieben frühe Lieder’ Alban Berg iemand was ‘die niet naar huis wilde’?}
Waarom is het zo moeilijk om bij het denken als een weg naar een eindproduct te blijven, wakker erbij te blijven, te ‘waken’ bij het denken?

Wij vinden een aanknopingspunt in Steiners Filosofie van de Vrijheid, Hoofdstuk 8, Toevoeging van 1918 (vertaling Pim Blomaard):

Dat het zo moeilijk is het denken te observeren en op het wezen ervan vat te krijgen, komt doordat dit wezen maar al te makkelijk aan de innerlijke blik ontglipt, zodra de ziel er haar aandacht op wil richten. Wat zij dan overhoudt is niets anders dan de dode abstractie, het lijk van het levende denken.’

Deze vaststelling brengt ons op het punt van waaruit opstanding mogelijk wordt.

Het materialistische denken is nu een wijze van denken waarbij de weg niet meer verder voert en er tevens een onmogelijkheid is om het geheel van de weg in het vizier te krijgen. Het brengt ons tot een dood punt. Maar dit dode punt betekent tevens de mogelijkheid tot opstaan. We komen op een mogelijk keerpunt.

Op dit punt manifesteert zich een ongelooflijk grote spanning:

Het is de spanning tussen het dode punt en het keerpunt. Want tussen het dode punt en het keerpunt opent zich de mogelijkheid tot vrijheid. Dit is het ‘nieuwe’ dat in en door dit spanningsveld mogelijk wordt. Nieuw niet in de betekenis van ‘iets anders’ zoals b.v. ‘nieuwe en andere denkinhouden’, maar nieuw in een veel radicalere betekenis: het voorhandene op een ‘nieuwe wijze’ te denken.

Terzelfdertijd roept dit een intens verlangen maar ook grote angst op. Het komt er op aan om het in dit spanningsveld te kunnen uithouden. Om van het dode punt naar het punt van wending een ommekeer te kunnen maken.

Dat dit een ernstige zaak is toont het actuele wereldbeeld. Het niet kunnen uithouden van deze spanning ontlaadt zich vaak in extreem geweld ( terreur, onmenselijke misdaden e.d.) maar ook in het tegenovergestelde in totale innerlijke verlamming. Er wordt vandaag de dag als het ware een onzichtbare sluier van angst over de wereld gelegd.

De vraag komt nu op: wie staat in dit spanningsveld?

Het antwoord heeft ook hier met het materialistische denken te maken. Wie hier staat is het ‘moderne subject’. Dit wil zeggen het subject dat zich denkend tegenover een object plaatst. Een subject dat in het denken steeds weer de scheiding voltrekt tussen ik en wereld, zoals Steiner dit beschrijft in het tweede hoofdstuk van de Filosofie van de vrijheid.
Dit betekent niet dat er pas nu een subject tevoorschijn komt. In vroegere periodes van het denken was er uiteraard ook een subject. Maar dit verschilt van het moderne subject. Het denken werd ervaren als een ontvangen van openbaringsinhouden, waaraan je als denkende mens deel kon hebben. Je plaatst je niet tegenover een denkinhoud. Je denkt niet ‘over’ iets. Veeleer het denkt in jou!

Dit ontvangend-participerende subject is niet in staat om de omkering te maken om de simpele reden dat het niet op het dode punt staat. Haast moet je zeggen: dankzij de materialistische denkwijze komt het moderne subject tevoorschijn en enkel aan dit moderne subject komt de mogelijkheid binnen bereik om tussen het dode punt en het keerpunt een wending te voltrekken.

Hoe voltrekken we nu de wending?

We doen dit in drie stappen:

a. Eerste stap: van datgene wat ons gegeven is naar datgene wat door eigen activiteit wordt voortgebracht ( hoofdstuk III en IV van de Filosofie van de Vrijheid )

In het achtste hoofdstuk wordt deze weg als volgt door Steiner beschreven:

‘We staan tegenover de wereld die zich als een verzameling van op zichzelf staande dingen voordoet. Tussen deze dingen nemen we echter ook onszelf waar! Midden uit deze zelfwaarneming duikt nu iets op wat in staat blijkt te zijn alle mogelijke waarnemingen, mijn zelfwaarneming incluis, met elkaar te verbinden. Dit iets wat opduikt is niet meer louter waarneming. Het wordt ook niet zoals de andere waarnemingen gewoonweg aangetroffen. Het wordt door eigen activiteit voortgebracht. Dit iets is het denken. (‘Dieses etwas ist das Denken’; het komt tot driemaal voor in deze tekstpassage!). Het denken maakt zich op de eerste plaats bij de waarneming van het zelf kenbaar. Het is echter niet louter subjectief! Want het zelf kan zich pas als zelf waarnemen dank zij het denken dat boven subject en object staat m.a.w. deze begrippen zelf voortbrengt.’

b. Tweede stap: van het denkend waarnemen naar het denkend bepalen van zichzelf. In dit denkend bepalen van zichzelf grijpen het individuele en het universele in elkaar. Hier word ik tot soevereine mens, dit wil zeggen in staat om vanuit mezelf de motieven voort te brengen die vragen om in de wereld verwerkelijkt te worden. Hier wordt vrijheid mogelijk.

c. In de derde stap komt de wending van het vrijheidspunt dat uit inzicht is ontstaan naar het handelen. Het ‘uit inzicht handelen’ is nu aan de orde. De uiteindelijke beweegreden, die tevens aan de oorsprong van de handeling ligt, is de liefde tot de daad. Rudolf Steiner formuleert het in het negende hoofdstuk van de Filosofie van de Vrijheid als volgt:

Ik vraag geen enkele mens en geen enkele regel: moet ik deze handeling uitvoeren? Ik voer haar uit, van zodra ik de idee ervan gevat heb.’

(…)

‘ Ik laat geen handelingsprincipe buiten mij gelden, omdat ik in mezelf de grond tot mijn handelen heb gevonden: de liefde tot de handeling.’

(…)

‘ Ik toets niet met mijn verstand of deze handeling goed of kwaad is. Ik verricht haar omdat ik haar liefheb.’

De radicaliteit van deze woorden roept de radicaliteit van het christendom op, zoals het in de geschiedenis is binnengetreden, als het meest radicale wat in de mensheid zijn intrede heeft gedaan.