De levensboom in de manichese kunst

Levensboom en Paradijs – het motief van de boom de manichese kunst

Om méér dan één reden kan het motief van de boom in de manichese kunst als iets bijzonders worden gezien. Staat men alleen al  even stil bij het feit dat er slechts een beperkt aantal artefacten de kunst in het manicheïsme vertegenwoordigen, dan is het verbazingwekkend  hoe vaak het motief van de boom voorkomt.  Op de eerste plaats bij muurschilderingen, in de grotten in het Turfan gebied  domineert het thema van de boom. Maar ook in de miniatuurfragmenten op textiel en op papier  is de boom een vaak terugkerend motief. Weliswaar zijn er parellellen in de manichese literatuur, waar vooral in de Koptische en in de Chinese teksten het boommotief in alle varianten voorkomt. Dit neemt echter niet weg dat  in de kunst verhoudingsgewijze  het beeld van de boom duidelijk een vooraanstaande plaats inneemt.

Uiteraard is de symboliek verbonden met de boom niet een exclusieve aangelegenheid van het Manicheïsme. In tal van mythen speelt bijvoorbeeld de levensboom een belangrijke rol. En in vele streken zijn bomen, als symbool voor de axis mundi,  nog steeds voorwerp van verering.

Ook het Manicheïsme kent het universele motief van de levensboom.   De boom die rijke vruchten draagt en in wiens kruin paradijsvogels hun lied zingen. Een van de schitterendste miniatuurfragmenten toont enkele rijen schrijvende Electi gezeten onder  overdadig bloeiende bomen, waarin volle druiventrossen hangen en een vogel in het gebladerte huist . Het is een prachtig beeld voor het leven dat bloeit te midden van een gemeenschap van gelijkgestemden.  Het is een voorafspiegeling van het toekomstig Paradijs(, waarin de hele schepping als getransfigureerd zal verschijnen en dat in het hier en het nu wordt voorbereid.

Doch het Manicheïsme, dat de leer van de twee Rijken verkondigt, kent ook de ‘dorre boom’, de boom die geen vruchten voortbrengt en wiens takken kaal en doods blijven.

In vele grotschilderingen tref je dan ook afwisselend de levensboom en de dorre boom aan. In een grot te Sangim, Turfan werden  op een frontale wand zowel de levensboom als zijn tegenbeeld, de dorre boom zo aangebracht, dat het lijkt of hun stam zich aan een wederzijdse verstrengeling  probeert te ontworstelen.

Dergelijke voorstellingen hebben een uitgesproken wekkend karakter. Het blijkt ook dat ze werden aangebracht op een wand, waarvoor een beeld van Mani was opgesteld. In een dergelijke cultus ruimte- vaak deel uitmakend van een kloostercomplex dat in de grotten was aangelegd- werd uit de  heilige teksten, dit wil zeggen -door Mani zelf geschreven – voorgelezen. Tijdens de recitatie konden de toehoorders zich meditatief  verdiepen in het beeld van de twee Rijken, die met elkaar in een verstrengeling zijn geraakt en dat iconografisch door het dubbelmotief van de vruchtdragende en de dorre boom werd uitgebeeld.

Een andere  bijzonderheid is dat de boom, zowel in de literatuur als in de kunst, tot beeld wordt voor een van de gestalten van het Lichtrijk. In  de regel gaat het  om gestalten die in de cosmogonie de rol van Verlosser waarnemen, zoals Jezus de Lichtglans of de Derde Gezant. Iconografisch  worden zij uitgebeeld door een bloeiende of  vruchtdragende boom, waarbij de vruchten beeld zijn voor het voortbrengen van de ware kennis, de gnosis. Ook Mani kan worden weergegeven in de gestalte van een bloeiende boom. Het meest bekende is  de drie-stammige boom in grot 38 te Bezeklik ,Turfan,  waar de vruchten door edelstenen worden uitgebeeld.

Een miniatuurfragment met schildering op zijde laat een figuur zien, die helemaal vergroeid is met een granaatappelboom. De  takken en de vruchten lijken uit hem voort te komen.   Rechtsboven  deze figuur ziet men het maanschip waarin drie gestalten zitten. De middelste onder hen heeft een grote stralenkrans. De iconografische betekenis van het maanschip verwijst onmiddellijk naar de verlossing van het Licht. Volgens de manichese mythe worden de bevrijde lichtdeeltjes in het maanschip naar de zuil der heerlijkheid geleid. De middelste figuur in een Lichtgezant, vermoedelijk  Jezus de Lichtglans,  die het  verlossingswerk leidt.

Maar wie  wordt dan voorgesteld door de gestalte links die één lijkt te zijn met de granaatappelboom?   Opvallend is eerst en vooral hoe veelvuldig de granaatappel op dit kleine fragment  voorkomt! Ook op andere fragmenten vinden we de granaatappel terug, een soort herkenningsteken voor de manichese oorsprong ervan!

Gaan we er van uit dat  de verschillende elementen op deze voorstelling met elkaar in betrekking staan, dan wijst het maanschip met de Lichtgezant op een aspect van het verlossingswerk : namelijk het bevrijden van de lichtziel, die over de hele schepping uitgestrooid is geworden en deel uitmaakt van alle levende wezens. In de Koptische geschriften wordt deze gestalte als Jezus Patibilis aanroepen. Het is de lijdende lichtziel, die in de schepping gebonden ligt aan het kruishout van de materie.   In de iraanse middel-perzische en parthische Hymnen wordt deze gestalte  het Levende Zelf of de Levende Ziel genoemd en met innige devotie aanbeden.  Dit wordt op het miniatuurfragment aangegeven door de twee knielende gestalten rechts van de figuur.

Waardig zijt Gij, o Ziel!
Van  schoonheid, door God gemaakt
Stralend lichaam, dat niet vergaat
Jeugdig zonder jaren
Krachtig en gezond

(…)

Waardig zijt Gij, o Ziel
Van verlossing zonder eind
Vorm en schoonheid van het lichaam
Ziel van de hele cosmos
Hoop van de zeven sferen
Gij zijt het leven voor al wat groeit

(M 279 – M 2000, hymns to the Living Soul 1-3)

Christine Gruwez