De klacht van de Karyatiden

(Het nieuwe Akropolis Museum te Athene)

25 juni  2009  werd er vlak tegenover de Akropolis een volledig nieuw museum geopend, dat alle kunstschatten herbergt die voor  deze heilige plek, waar de ontstaande gemeenschap, de polis, aan de godin Athena werd toegewijd, ooit vervaardigd zijn geworden.

Op de eerste plaats gaat het om de   halfreliefs van de doorlopende friezen die rondom rond tussen kapitelen en dak , metope na metope in een verbluffend ritme  de tempels  omzoomden, zowel als om  de driedimentionale beeldengroepen die aan weerszijden  het fronton van een tempel duiding gaven. Daarnaast talloze beelden  van godheden en halfgoden, die binnen het gewijde ‘tempelbezirk’ de complexe verhouding tussen enkeling en godheid tot een vergelijk moesten brengen.

Het museum, – een samenwerking van de Zwitserse architect Bernard Tschumi en de Griek Michalis Photiades- met zijn panoramische , lichte ruimtes,waar daglicht gefilderd of indirect binnenvalt,  heeft alles in het werk gesteld opdat er een  ‘Gesamt’beeld zou kunnen ontstaan van de Akropolis, met zijn tempels en heilige plaatsen. Verdieping na verdieping opklimmend, doorloopt men alle fases van het ontstaan van de Akropolis, met de vroegste fases uit de archaïsche tijd tot aan het hoogtepunt in de klassieke tijd, toen Phidias, in opdracht van Pericles, in 447 BC. de bouw van het Parthenon onder zijn leiding nam. Beeldhouwwerken verschijnen aldus nieuw  in hun oorspronkelijke  context.  Het wereldberoemde halfreliëf met de Nike die haar sandaal vastmaakt  was onderdeel van een marmeren balustrade die de kleine tempel aan Athena Nike gewijd, moest afgrenzen, daar waar de rots in een gevaarlijke helling afbrak.  Naast haar zien we taferelen waar onder andere Athena  offerdieren naar het altaar leidt.

Voor het eerst zijn alle sculpturen en halfreliëfs  die deel uitmaken van het Parthenon in hun oorspronkelijke samenstelling tentoongesteld zoals ze ook destijds aan de tempel te zien waren.  Weliswaar zijn er veel leemtes en opengelaten velden, daar waar de kunstschatten in kwestie begin 19e eeuw door Lord Elgin naar Groot Britannie werden weggesleept. De opeenvolging van de taferelen laat zich lezen als een verhaal : de slag om Troje, de strijd tussen de Atheners en de Amazonen of de Panathenaen, de vierjaarlijkse processie ter ere van Athene gehouden. Honderdzesig meter lang volgen de processie- scenes elkaar op, met als hoogtepunt het overhandigen van de nieuwe peplos aan Athena, geborduurd met scenes uit de mythische strijd tussen goden en giganten.

Doorheen alle periodes is het centrale, verbindende thema, dat in alle kunstwerken wordt uitgebeeld :  de strijd. Het antagonisme tussen goden onderling en tussen goden , halfgoden en giganten. Tussen heroën en mensen. Tussen stammen en volkeren. En de strijd tussen wat in de menselijke ziel aan elkaar ‘tegenstrijdig’ is.

De monumentale ruimte in het museum wordt gedomineerd door een galerie, waarop de ‘Karyatiden’, de vrouwelijke gestalten die op de wijze van zuilen  het dak van het Erechteion droegen, zijn tentoongesteld, op precies dezelfde wijze zoals ze oorspronkelijk ook stonden opgesteld.  Ook hier, net zoals voor de overige beeldhouwwerken in het museum is het mogelijk het beeld langs alle zijden te bekijken. Voor het eerst kan men aldus de Karyatiden van op de rug zien. Hun opgerichte gestalte, fors en soepel tegelijkertijd, met het sierlijke hoofd door vlechten omkranst, wordt  op de rug bekroond door een lange vlecht, waaruit  het haar weelderig  krullend openvalt. Alsof alle vrouwelijkheid zich nog eens in de haardos openbaart!  Vijf van de oorspronkelijke  zes plaatsen worden door deze priesteressen-wachters bij het graf van Kekrops, een van de mythische stichterkoningen van de stad  Athene, ingenomen. De derde plaats, vooraan in de rij van vier is opengelaten. Deze ‘korè’ werd op haar beurt geroofd. Niet door een van de giganten , centauren of halfgoden, niet op bevel van een vertoornde godheid, maar door een  blind geloof in de privilegies van de vooruitgang die een gemeenschap het recht zouden geven zich de kunstschatten van anderen toe te eigenen.

Haar open plaats is een stomme aanklacht tegen deze en andere vormen van kunstroof in naam van de zelfverklaarde westerse suprematie bedreven.  Lord Elgin die dit beeld, samen met de zogeheten ‘Parthenon  Marbles’ en met toestemming van de Ottomaanse autoriteiten  tegen betaling uiteraard –naar de  UK versleepte, had deze Karyatide oorspronkelijk bestemd voor zijn eigen landgoed in Schotland. Pas later verkocht hij het  beeld aan het British Museum in Londen, waar het nu te zien is.

Plaatselijke  legenden hebben het er over dat ‘s nachts het geweeklaag van de vijf achtergebleven  zusters  om die ene, geroofde, te horen zou zijn. Nu zij ondergebracht zijn in het ultra-moderne nieuwe Akropolis museum , terwijl in situ replica’s zijn opgesteld, is ook dit geweeklaag tot verstomming gekomen.

Hoe dan ook, met de bouw van dit nieuwe onderkomen voor de unieke meesterwerken  die hebben bijgedragen tot de luister van de Griekse cultuur,  hopen de autoriteiten een wederwoord te hebben geboden  aan het  steeds herhaalde  Britse argument dat er in Athene geen  geschikte plaats was, waar de Parthenon  Marbles zouden kunnen worden ondergebracht. De huidige conservator van het British Museum, MacGregor,  was evenwel niet op de opening op 25 juni aanwezig. In een later commentaar weerlegde hij dat  het voorhanden zijn van een geschikte plaats ooit een voorwaarde zou zijn geweest van Britse zijde.

Het lijkt er op dat het nog lang zou kunnen duren, voor die ene Karyatide opnieuw haar  terechte plaats tussen haar gezellinnen zal kunnen innemen.

Christine Gruwez