Over het mondig worden van de kunst

Het mondig worden van de kunst?

 

Lezing in Kunsthal Rotterdam 17 november 2014

 

Hoezo kunst onmondig? Spreekt kunst dan niet?

 

Monding worden heeft te maken met het kunnen spreken. Maar niet ieder spreken is uitdrukking van mondigheid. Om te beginnen kan enkel een iemand, een wezen spreken.

Een kind zien we als onmondig (infans betekent letterlijk: niet-sprekend). Maar dit houdt uiteraard niet in dat een kind niets zou zeggen! Onmondig betekent hier op de eerste plaats dat het in zijn spreken nog geen uitdrukking kan geven aan het wie het eigenlijk is. Het kan weliswaar van alles over zichzelf zeggen, maar nog geen uitdrukking geven aan wie het is. Mondigheid heeft te maken met het spreken vanuit het eigen wezen.

De vraag wordt dan spreekt kunst van uit het eigen wezen?

Kunst spreekt over zichzelf, maar dat betekent nog niet noodzakelijker wijze dat ze vanuit het eigen wezen spreekt.

Om dit op het spoor te komen is het nodig om eerst even naar de plaats te kijken die de kunst in de context van een samenleving heeft ingenomen; En nog steeds inneemt.

Tot aan het begin van de nieuwe tijd, ontstond kunst in de context van een hogere orde. Kunst was steeds ‘sacrale kunst’ in dienst van een hoger principe. Vanuit dit hoger principe sloot een samenleving zich aaneen. Er ontstond een samen-weefsel, een samenhang. Niet de kunst sprak, maar door de kunst sprak dit hogere, samenhang stichtende principe., van waaruit als het ware een koepel dit samenwevende omsloot en omhulde. Tussen het hogere en het kunstwerk in dienst ervan bestond er een verticale relatie.

De omwenteling die we Renaissance zijn gaan noemen, doorboorde de beslotenheid van de koepel. Een nieuwe relatie die zich in het horizontale gaat vestigen, kwam tot stand: de relatie tussen het kunstwerk en de kunstenaar., die steeds meer de aandacht ging opeisen. Hij maakt zich los uit het weefsel van een in zich besloten samenleving , treedt uit de anonimiteit van de sacrale kunst en maakt zich geldend. Weldra mondt dit uit tot een soort mondige almacht van de kunstenaar. Het kunstwerk staat in dienst van zijn kunnen. Door het kunstwerk is de kunstenaar aan het woord in een dialogische relatie tot de eigen schepping.

In die eerste overgangstijd, tussen de verticaliteit van de sacrale kunst en het horizontale van de kunstenaar die zich in de wereld stelt en spreekt bij monde van zijn kunstwerk, verscheen er in Italië een merkwaardige compositie. Op het doek is er een centrale figuur: de Madonna met kind op de schoot. Links en rechts van haar staat er een figuur:. Het kan een heilige zijn, een apostel of een kerkleraar. Belangrijk si dat deze compositie niet langer meer uitsluitend in het teken van de verticale verhouding staat! Want de twee figuren zij op elkaar betrokken als waren ze met elkaar in een doorgaand gesprek: de ‘Sacra Conversazione’.

Aan de ene kant is het horizontale hier aanwezig, maar in het gesprek is er een derde term: de Madonna met kind, die tussen de beide ‘gesprekspartners’- soms zijn het er ook 4, telkens twee aan een kant, zelden meer- bemiddelt. Alsof zij in alle ingetogenheid de taak op zich heeft genomen om de gespreksruimte tussen beiden open te houden. De dialoog tot trialoog geworden.

Het is wachten tot het begin van de twintigste eeuw vooraleer er opnieuw een trialogische situatie in de kunst optreedt.

Gesprekspartners zijn aan de ene kant de kunstenaar aan de andere kant de kunstliefhebber. De bemiddelende en tevens verbindende schakel is het kunstwerk zelf. Nu kan het vanuit zichzelf spreken, het kunstwerk treedt de mondigheid binnen.

Waarbij het zowel de kunstenaar als de kunstbeschouwer uitnodigt deel te nemen aan dit gesprek. Een gesprek dat tezelfdertijd sacraal is en zich niettemin in het horizontale, dit wil zeggen in het wederzijdse voltrekt. Uit dit gesprek ontstaat de samenhang. Een omkering, misschien zelfs een omstulping van de eerste context, deze van de sacrale kunst, waar het kunstwerk in dienst stond van een samenhang die reeds gegeven was.

Dit is een volstrekt nieuwe constellatie. Een nieuw begin van samen weven. Kunst wordt mondig! En dit spreken is niet zozeer een verkondigen over de status van het kunstwerk , dan wel een voortdurende poging om aan het onzegbare uitdrukking te geven. Kunst wordt mondig in de mate dat het kunstwerk vanuit dit onzegbare gaat spreken, dit onzegbare dat toch wil gezegd worden. Dit gaat niet zonder herhaalde onderdompelingen in de ervaring van onmacht. Niet enkel de kunstenaar geeft daarbij de eigenmacht op, ook de kunstbeschouwer doet dit! Dit beleven van de onmacht brengt hen in feite beide tot nieuwe vormen van kunstenaarschap en belet dat kunst koopwaar wordt.

In dit spanningsveld tussen het onzegbare dat wil gezegd worden en de noodzakelijke onvolkomenheid en onvoltooidheid van ieder kunstwerk in de mate dat het mondig wordt, voltrekt zich het mysterie van de alchemie. In dir proces, waarin de dagelijkse beperkingen van het bestaan de onvolkomenheid worden opgetild tot stichtende principes voor een nieuwe vormen van samenhang.

 

 

Christine Gruwez

 

Samenvattend verslag van de lezing in de Kunsthal Rotterdam

17 november 2014

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.