Ken je waarde! of: Hoe je kan weten waar je bent!

Toen ik een paar weken geleden verjaarde gaf mijn jongste dochter me een kaart met daar op een  reproductie van een werk van de zuidafrikaanse kunstenaar James Webb. In een eerder blog bericht heb ik al het een en het ander over deze kunstenaar geschreven.

Op de voorgrond zie je  een brede rivier, met aan de overkant een gebouw dat een fabriek zou kunenn zijn, gezien de reusachtige  schoorsteen die het midden van het gebouw domineert en die in de rivier wordt weerspiegeld. De sepiatinten lijken te suggereren dat het om een oude foto gaat. Een tekst in arabisch schrift is er over heen geschreven, in horizontale richting de verticale as van de schoorsteen met de weerspiegeling doorkruisend. Als je er langer naar kijkt maken de lettertekens zich los van het beeld en zweven er boven. Het zijn twee woorden die ik als E’rif qeimatak ontcijfer, maar de betekenis ontgaat me.

Een a’rif is een godzoeker, een mysticus en iemand die kent. Maar het is een kennen van binnenuit. Niet iedereen die kent is een a’rif, maar wie a’rif is, is ipso facto kennend.

Maar wat is qeimat? Het suffix-ak is het bezittelijk voornaamwoord van de 2e persoon enkelvoud. Dit te ontdekken geeft me een goed gevoel. En qeimat betekent prijs, waarde. Het gaat om je waarde. En om deze te leren kennen.

Je weg kunnen vinden in de grammatica en liefst in deze van meerder talen, ook van talen met een andere bouwstructuur, heeft me altijd al een gevoel van zekerheid gegeven. Wie weet hangt dit wel niet samen met datgene wat voor mij ‘waarde’ zou kunnen zijn. En dat ik moet leren kennen!  Op die manier  zou zekerheid ook waarde kunnen heten. De grammaticale structuur van een taal te herkennen  die meniet alleen een gevoel van zekerheid, maar ook  een gevoel van waarde’ geeft.

Het is uiteraard  niet die zekerheid die je kan garanderen dat er jou niets onaangenaams zal overkomen. Een dergelijke vorm van zekerheid bestaatr nu eenmaal niet

Het is veeleer de zekerheid die je een vast punt geeft, de zekerheid dat waar je ook bent, je je zal kunnen orienteren, een punt van waaruit al het overige, zoniet herkenbaar, dan toch kenbaar wordt.

Voor de a”rif heft een dergelijk punt ook een naam: ‘qutb’. De poolster aan de noordelijke hemel is een zichtbaar  beeld voor de qutb,  is her punt waar om heen alle overige sterren hun ‘draai vinden’.

‘Ik houd van de poolster’ vertelt me een dierbare kleinzoon.

‘Weet je waarom je er van houdt? ‘vraag ik hem.

We hebben het er vervolgens  over dat alle sterren om de poolster heen draaien als om een vast punt. Ja,  àlle sterren. Niet de planeten. Die kent hij al. Dat zijn die sterren die niet stil kunnen staan.  Ik kan zien hoe dit hem vervult, in de diepste lagen van zijn nog pril bestaan.

Ik ken ook  heel wat dierbare vrienden die een streek zo benaderen doordat ze deze in kaart brengen en vervolgens deze  gaan lezen. Letterlijk dan. Van pure ontdekkinsgvreugde laten ze me dan soms  het schermpj op hun iPhone  zien, of een heuse kaart, waarop een of andere stip of hun vinger aangeeft waar we ons in het hier en nu situeren. ‘Kijk!’ zeggen ze dan, ‘zie je, hier zijn we en kijk!  daar heb je……..’ Hoezeer ik ook uit louter vriendschappelijke loyauteit kijk en kijk, op het schermpje tuur en probeer de extensies te volgen, ik zie niet waar we zijn en al helemaal niet wat zich dan in welke richting dan ook rondom de stip in kwestie verder uitbreidt.

Om te weten waar ik ben heb ik het nodig om te kunnen luisteren. Niet om te kijken. Niet eens om om me heen te kunnen kijken. Wat ik nodig heb is te kunnen luisteren naar de taal die om me heen gesproken wordt. In veel gevallen is dat er niet een, maar meerdere talen.

En het mooie daarvan is dat ik me niet eens  hoef te verplaatsen. Althans niet zo drastisch dat ik in een vliegtuig des nachts een oceaan zou moeten oversteken. Het volstaat om tramlijn 5 of 6 te nemen tussen de buurt waar een dochter woont met haar gezin en waar ik (min of meer) thuishoor. In de luttele tijd die deze tramrit vraagt spits ik de oren. Is dat niet Armeens? En dit Tadjik? Zou ik het durven vragen? (Ik durf dit haast nooit!) Dit is beslist Pools. En dit Maghrebijns. En nu hoor ik Ivriet. Niet verwonderlijk in Antwerpen, met zijn grote  joodse gemeenschap. En het geluksgevoel om  plots in een haperende trein iemand Grieks te horen praten. Oriste! Naste kala!

Een keer durfde ik het toch te vragen. Het was nadat we pas  geland waren bij grote vertraging en heel wat passagiers om hun transit vlucht in de rats zaten.

‘Are you from  Lebanon? ‘ vroeg ik aan de dame die vlak na mij in het gangpad stond aan te schuiven. Ik had zonet het zuiverste,het meest melodieuze ent vloeiendste Arabisch horen spreken. zo had ik het nog nooit eerder gehoord.    Het kwam als een stroom van honig en melk bij me binnen.

‘Yes, I am’ zei ze,’ why?’

Dit viel niet zomaar uit te leggen. Maar het was thuiskomen, nog voor we ons uit het vliegtuig hadden gewurmd.  Al hamdu’llilah!

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.