De heuvels van Palestina

Tot na de tweede wereldoorlog zou iedere tijdgenoot van Christus  moeiteloos zijn weg in Palestina hebben gevonden. Het landschap met de heuvels, deinend zoals de golven van de zee, zou hem daarbij als natuurlijke gids hebben gediend. Zo schrijft Raja Shehadeh, jurist en advocaat, die in Ramallah leeft.Nog steeds draagt  iedere heuvel er een eigen naam. De weg aan de voet en  over de heuvel op zijn beurt heeft als herkenningspunt de wadi, een plek waar water uit de grond welt. Ook de wadi’s hebben hun  eigen naam: Wadi Shomr, de bron of wadi van de venkel of Wadi el-Arsh, de wadi van de troon.

Deze laatste benaming omdat een familielid die steenkapper was geworden nadat de familie uit Jaffa was verdreven, uit een rotsblok een troon had gebeiteld. Er was een eeuwenoude traditie, die ook door Shehadeh’s familie werd in stand gehouden, dat de mannen lange voettochten door de heuvels  van Palestina maakten, en zich  hier en daar in een ‘refugio’ ophielden, een uit rotsblokken opgetrokken ronde toren, “qasr”, dit wil zeggen, burcht, genoemd.

Sinds het einde van de jaren zeventig, nadat hij klaar was met zijn studies, begon Shehadeh op zijn beurt lange wandelingen te maken in het heuvelgebied tussen Nablous en de woestijn. Hij maakt daarbij mee hoe langzaam, maar onomkeerbaar het landschap verandert en verminkt wordt. Op de top van de zacht glooiende heuvelrug  zijn nederzettingen gekomen. Deze herschiepen de omgeving in een area waar asfalt en cement domineren, waarbij pretparken en winkelcentra verrijzen, en allerlei afval
de ene bron na de andere tot uitdroging  heeft veroordeeld. Van de bloeiende wijngaarden en olijfbomen blijven alleen deze laatste over. Hun bestaan is bedreigd, blootgesteld aan de willekeur van diegenen die de top van de heuvel hebben bezet. De aarde ligt er verkommerd bij, de muur snijdt diep in  het organisme dat een landschap nu eenmaal  is, verwondt het en maakt het voor goed onherkenbaar. In amper zeventig jaar is een van de oudste natuurlandschappen ter wereld verdwenen. Het was  in datzelfde landschap dat Christus de heuvel beklom en tot de menigte  de zaligsprekingen verkondigde. (Matt. 5:1-8:1)

In ‘Naguère en Palestine’ beschrijft Raja Shehadeh  (Shehadeh betekent overigens ‘getuige, martelaar!’)  zeven van deze wandeltochten. Uit iedere zin spreekt liefde voor de levende en pijn om wat haar wordt aangedaan. Vaak lijkt het of hij al stappend het landschap uit zijn herinnering en het landschap zoals hij het ziet ontmanteld worden, met elkaar in gesprek brengt. In een soort poging tot herstel, tot heel maken van wat door onbegrijpelijke vertekeningen van de gerechtigheid tot fragmentatie lijkt te zijn gedoemd. Het zijn uiteindelijk wandelingen uit honger en dorst naar gerechtigheid.

 

Zicht vanuit het ommuurde Betlehem op een bezette heuveltop

foto: november 2011

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.