Καλως Ιρθατε ! Welkom in het bittere vaderland. Andere berichten uit Griekenland

In Marousi, een wijk ten noord westen van het centrum van Athene, is er een onooglijk museum aan de kunstenaar Yannis Tsarouchis (1910-1989)   gewijd. Wat ooit zijn woning en zijn atelier was, herbergt nu een aantal van zijn schetsen en schilderijen. Kwetsbare personages, jonge mannen die met hun mannelijkheid geen raad weten, soldaten als engelen verkleed (of is het omgekeerd ?) en die karikaturale poses van heldhaftigheid aannemen of die zich  de rol van een martelaar, bij voorkeur dan  de heilige Sebastiaan aanmeten. Hij moet zich van zijn in meerdere opzichten verwantschap met Caravaggio bewust zijn geweest.

Met zijn leven omspande Tsarouchis alle etappes die in de voorbije twintigste eeuw het lot van Griekenland hebben bezegeld, te beginnen met wat als ‘ de catastrofe’ bekend staat: de gedwongen massale verhuizing van de Griekse bevolking uit Mikrasia, Klein-Azië, waar ze sinds duizenden jaren gevestigd waren. Daarna kwamen de  dictaturen van het interbellum, het heldhaftige verzet tegen de Duitse bezetting , de allesvernietigende broederstrijd van de daarop volgende burgeroorlog, de militaire junta met  praktijken als foltering en  strafkampen en tenslotte de overrompeling door het massatoerisme, waardoor talrijke elementen van kostbare, onvervangbare eigenheid voortaan als lokaas voor vakantiegangers  worden ingezet.

Ofschoon hij de wereld had rondgereisd en de kunstscène in Europa vaak had bezocht, bracht Tsarouchis de laatste jaren van zijn leven teruggetrokken door omringd door een kleine kring van kunstenaars, onder wie ook de dichter Yannis Ritsos, die jaren in een strafkamp had doorgebracht, en o.a. bekend is om zijn ’18 Petites Chansons de la Patrie amère’.

De tuin voor het huis, – een kleine villa in een rustige straat waar pijnbomen het voetpad in beslag nemen, – ligt er verwaarloosd  bij. Een verweerde  Athena staat tussen  andere resten van beelden. Hier en daar is het cement van het pad naar het huis opengebarsten. Vlak bij de deur ontdek ik een brokstuk waarop een vogel (een meeuw, een wilde eend?) afdrukken heeft  nagelaten in het toen nog natte cement van het  pas gelegde pad.

Hoe snel zijn deze sporen niet gestold! Maar de sporen door de geschiedenis nagelaten vragen om meer tijd. En of ze ooit gestild worden?

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.