Onze excuses voor het ongemak!

Op twee dagen na is het net een jaar geleden dat ik me per trein naar Driebergen-Zeist begaf. Ik zou er bij goede vrienden gaan  logeren. ‘Begàf’  Ik leg de nadruk op de onvoltooide tijd want het werd in alle opzichten een onvoltooide reis. Toegegeven, de weersomstandigheden hadden in die periode alles van een barre wintertijd, waaraan sneeuw en ijs niet ontbraken. Ik vond het idee van een vermoedelijk langzame treinrit door winterse landschappen best aanlokkelijk. Na een vier uur durende reis door een inderdaad betoverend witte wereld strandde ik in Rotterdam op het ogenblik dat het bericht werd omgeroepen dat alle verbindingen naar Utrecht verbroken waren wegens uitgevallen stroom.  Zou ik wachten tot de stroom weer op gang kwam? Iets in mij waarschuwde me. Meer dan 15 jaar forenzen tussen België en Nederland geeft je een soort tweede instinct. Ik rende wat ik kon naar de enige trein die er in het hele station te zien viel en waarempel op spoor vier, ‘mijn’ spoor. En die reed! Waarmee alles is gezegd. De dag was al ver gevorderd toen ik eindelijk in Antwerpen terug aan kwam. Verkleumd, want in de trein bleek ook de verwarming te zijn uitgevallen  zodat   de ramen aan de buitenkant zienderogen dichtvroren.  Onnodig te zeggen dat we opeengepakt stonden als de spreekwoordelijke sardientjes, die, als je het me vraagt, nog comfortabelder in hun blikje komen te liggen, dan de reizigers  op dat ogenblik gesteld waren. De enige troost was dat er dan wat lichaamswarmte vrijkwam die de Siberische koude compenseerde. Ook al moest je daarvoor een aantal andere fenomenen in koop nemen.  Adembenemend  viel dit keer héél letterlijk te verstaan.

Een uitzondering? Wat de weersomstandigheden betreft, zeer zeker. Wat de reisomstandigheden betreft…helaas.

De verbinding tussen België en Nederland blijkt een veelgeplaagde onderneming te zijn. Het aantal keren dat ik net niet te laat voor een lezing arriveerde omdat de bovenleidingen weer eens onderbroken waren, zijn niet meer te tellen. Brandjes in tunnels, zoals twee weken geleden nog weer bij Rijswijk  horen ook bij de favorieten. Omleidingen, onaangekondigd overstappen op bussen, een machinist die niet is komen opdagen, deuren die niet sluiten of die niet opengaan,  of gewoon een trein die niet rijdt. Simpel. Doodsimpel. Vandaag rijdt de Intercity naar Amsterdam van 9.00 uur niet. Onze excuses voor het ongemak.

Ook deze excuses net zo min als het ongemak zijn niet meer bij te houden. De laatste tijd doe ik er het zwijgen toe als collega’s en vrienden me vragen hoe de reis verlopen is. Ik heb gemerkt dat het zoveelste rampspoed verhaal op een zekere scepsis stuit.  Alsof ik het op een of andere manier zou uitlokken. Pech valt moeilijk te delen. Wat niet wegneemt dat er soms tussen de reizigers een  apart soort verbroedering kan  ontstaan. Een jonge buitenlandse die het omroepbericht niet heeft begrepen dat namelijk deze trein NIET in Schiphol zal stoppen (wegens.. ….invullen naar believen) terwijl Schiphol wel op de reisroute aangegeven staat. En hoe dan een heel compartiment meezoekt hoe ze toch nog tijdig voor haar vlucht op de luchthaven zou kunnen arriveren.

Om deze en nog veel andere redenen was het met een juichkreet dat ik in de Ako winkel op het station HS het boek van de Volkskrant journalist Robert Giebels ontdekte. Meteen gekocht en tussen Den Haag en Antwerpen zowaar verslonden. Ik had hem om de hals kunnen vliegen. Te meer omdat hij de Fyra, die hij steevast de pseudo high speed trein noemt,  in zijn (of moet het haar) blootje zet. Terecht! Eindelijk iemand die het aan de kaak stelt. Zelden ging de reis zo snel. En net tijdens die terugrit liep alles volgens plan.  Voor een keer vond ik het best  jammer.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.