Onderweg

Tijdgenoot en Onderweg

Hoe word ik tijdgenoot?

Is het voldoende om in een bepaald jaar geboren te zijn om dan tijdgenoot te worden van alle gebeurtenissen en situaties  die zich in mijn blikveld vertonen?Kan ik tijdgenoot worden van gebeurtenissen die zich lang voor mijn geboorte hebben afgespeeld? Of van iemand die niet meer leeft op het ogenblik dat ik weet krijg van zijn bestaan?

Rijdend in de trein en naar buiten kijkend hoe de ochtendmlst optrekt en het langzaam dag wordt, bevind ik me in de positie van een toeschouwer. Ik kijk toe hoe de nacht wijkt en het licht een aarzelende aanzet maakt.

Maar wanneer ik vervolgens een dagblad opensla en het nieuws bekijk, ben ik ten overstaan van alle gebeurtenissen die ‘koppen halen’, evenzeer een toeschouwer. Want wat ik lees, doet zich voor als een feit. Feiten zijn gegevens, wat betekent dat ze niet meer kunnen worden teruggedraaid. Ik kan dit niet meer ongedaan maken, net zo min als ik de dag kan verhinderen dag te worden of de populieren die ik in dit eigenste ogenblik zie,  kan inwisselen voor een rij van wilgen. Ik moet het nemen zoals het is. Een feit is een resultaat, van iets wat eraan vooraf is gegaan,  een product en als dusdanig toont het zich aan mij als een soort ‘buitenkant’. Van die buitenkant kan ik kennis nemen, ik kan als het ware dank zij analyses en commentaren, deze buitenkant aan alle kanten bekijken, maar dit stelt me nog niet in staat een feit te begrijpen. Vandaar dat een feit niet kan worden verklaard door een ander feit.

Nochtans doen we dit heel vaak: een huidige situatie verklaren door wat zich in een eerdere situatie heeft voorgedaan. Maar ook deze vraagt om een verklaring en zo kan je een nimmer eindigende weg afleggen teruglopend van feit naar vorig feit, tot ergens deze weg zich oplost in het niets.

In oktober 1918 hield Rudolf Steiner een aantal voordrachten, net in die  cruciale dagen waarin een aantal voorstellen voor een wapenstilstand  van de zijde van de Duitse regering aan Woodrow Wilson werden aangeboden. Op 26 oktober 1918 spreekt Steiner op een indringende wijze over het wakker worden voor de stem van zijn tijd, want je zou je tijd ook kunnen ‘verslapen’.

Als een doorgaand motief in deze voordrachten klinkt bijgevolg  een oproep tot tijdgenoot worden, tot genoot van je tijd. Dan komt het er op aan de mogelijkheid te vinden om in een feit te kunnen binnengaan, de binnenkant van een feit te kunnen waarnemen. Nu kan je een feit niet openbreken, zoals je een steen zou opensplijten. Want daarbinnenin zit opnieuw een feit. Een feit gaat open, doordat er iets kan opengaan in jezelf. En in dit opengaan openbaart zich iets van het mysterie van wat ‘tijd’ is. Zolang je  nog toekijkt op een feit, kijk je op iets wat reeds verleden is. Wanneer ik binnentreed in een feit, doe ik dat in een act van tegenwoordig stellen. En  in deze act van tegenwoordigheid ontmoeten verleden en toekomst elkaar!

Om dat te kunnen is het nodig stil te worden in jezelf. Met betrekking tot die feiten en gebeurtenissen die ‘geschiedenis schrijven’, betekent dat dat je je  oordelen, commentaren en wat ook naar een verhouding zoekt tegenover feiten, opschort. Dit opschorten is een moeizaam gebeuren, maar het is de enige weg die toelaat om in jezelf en bijgevolg in een feit te kunnen binnentreden.  Want in die stilte die ontstaat door het inhouden van ieder mogelijk reactiepatroon dat je tot toeschouwer maakt, kan zich iets uitspreken wat jijzelf niet bent en wat je tegelijkertijd verlost uit het toeschouwerchap : Het is de stem van je tijd.

Ook tal van kunstenaars vanaf het begin van  de twintigste eeuw hebben dit kunnen vernemen van de stem van hun tijd ook herkend als de werkelijke bron van hun kunstenaarschap. De stem van hun tijd leefde in hen als een brandende vraag, die hen niet meer losliet en die zich telkens weer anders zocht uit te drukken door middel van hun kunstenaarschap. dat steeds meer dienstbaar werd aan de vraag van hun tijd.

In het horen van  die stem van mijn tijd, waardoor ik verlost word van het toeschouwer-zijn en ik mijn tijd verlos van het gevangen zitten in een feit, in een gebeurtenis, klinken de vele stemmen mee van al diegenen in wie de stem van de tijd zich uitspreekt : mijn tijdgenoten .

Ik ben onderweg.

Christine Gruwez, 2010

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.