Loflied op het Zand

Hommage aan de kunstenares Elvira Wersche

Zand is verstilde aarde. Is aarde, gezuiverd en gelouterd.  Gelouterd door de wind, de zon en de regen. Gelouterd door het zweet en door de tranen van wie over haar liep. Gelouterd ook door elke hand die haar omwoelde, haar omklemde en haar weer aan zichzelf teruggaf. Zand is ook  bevrijde aarde. In haar is de aarde van haar moeheid bevrijd.

Zand is het geheugen van de aarde. Laag op laag bewaart het de sporen van het menselijk bestaan dat getekend wordt door vergankelijkheid. Het is het zand, dat blijft en blijvend kleine wenken geeft, als zovele verhalen : talloze scherven, een enkele keer een sieraad, of een in de zon gebakken tablet met schrift, of tot stof vergane bijgaven voor een reeds lang verdwenen graf. Enkel een afdruk blijft.

Hoe broos is het menselijk bestaan! Hoe duurzaam is het zand! Maar ook : hoe zelfloos.

Alles, tot de geringste afdruk,  neemt het op. Alles, zonder  uitzondering,  kan het in zijn vele gelaagdheden een plaats geven. Het bergt en behoedt terwijl het langzaam, uiterst langzaam zichzelf omvormt. En wordt  tot kleur,  tot landschappen van kristal.

Zand kan iedere vorm aannemen en blijft toch zichzelf. Zand is zuivere mogelijkheid. In de woorden van Aristoteles is materie niets anders dan  de onbeperkte mogelijkheid om vorm aan te nemen .

Met zand dat uit alle delen van de wereld naar haar toe is gereisd, maakt Elvira Wersche deze onbegrensde ontvankelijkheid  zichtbaar.

Lang voordat ze zich buigt om op een daartoe bestemde oppervlakte de eerste contouren van een vibrerend  geometrisch patroon af te bakenen, hebben mensen zich neergebogen om zand voor haar te verzamelen.

Als in  een nimmer eindigende  litanie worden hun namen  geroepen, als een hymne aan de aarde antwoorden ze :

Fijn gemalen woestijnzand uit Mongolië, uit de Sahara of de Thar woestijn. 

Zware aarde uit  Engeland, Polen of Kazachstan.

Vulkanische aarde uit Ijsland, Pompeii en van de Etna in Sicilië .

Rood zand van de heilige ruïne stad Petra in Jordanie.

 Zand van de Inkatempel Machu Picchu in Peru.

Zand van een Zoroastrische Vuurtempel in Iran

Zand uit Srebrenica, Vietnam,  en Korea,

Zand uit Uganda, uit Israël.

Zand  uit  ‘ground zero’ in New York.

De instrumenten waarvan Elvira Wersche zich bedient hebben dezelfde eenvoud en klaarheid van het zand : een krijt  aan een touw bevestigd, een kleine   thee-zeef, een stukje karton om af te bakenen, Met deze elementaire middelen groeit er een wonderlijk  geheel, waar iedere vorm aan de andere beantwoordt op de wijze zoals in de muziek elke klank met het geheel samenklinkt en dit tot uitdrukking brengt. Iedere verhouding draagt het kenmerk van de meest volmaakte aller proporties : de  gulden snede

In een act die de elementaire principes van de schepping navoltrekt, wordt het zand, het zwijgende, het rustende, in beweging en tot klinken gebracht. Het wordt in zijn eigen natuur opgetild en vernieuwd ?  Een lange weg- ook letterlijk- heeft het zand moeten afleggen, tot het op deze plek in een nieuwe samenstelling zichzelf tot uitdrukking kon brengen in haast magische kleur en vorm patronen. Als een soort inwijding werd het aan het zand voltrokken.

Daarna breekt het ogenblik aan dat het weer verder moet trekken. In een machtig, wervelend  ritueel zal daarom Elvira Wersche de patronen weer uitwissen en kleur en vorm tot een enkele mengeling terugbrengen. Waarna het in kleine porties aan de omstaanders wordt uitgedeeld, die het met zich meenemen  naar hun bestemming, welke deze ook moge zijn.

De reis gaat verder.

Christine Gruwez

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.